Aflevering 5 - Alles voor de Roeisport (met Marieke Keijser, interviewer Erik Peekel en podcastmaker Rik Bouman)
In deze vijfde aflevering van ‘Boegbeelden & Bliktrekkers’ staat één van de meest succesvolle Nederlandse roeisters van haar generatie centraal: Marieke Keijser. Presentator Erik Peekel gaat met haar in gesprek over haar uitzonderlijke loopbaan in de roeisport, van jeugdtalent tot Olympisch podium.
Marieke neemt je mee langs haar vroege successen, waaronder wereldtitels bij de junioren en het WK onder 23, en haar indrukwekkende prestaties op EK’s en WK’s. Het hoogtepunt vormt haar deelname aan de Olympische Spelen van Tokio, waar zij samen met Ilse Paulis als favoriet startte in de lichte dubbeltwee. Ze vertelt openhartig over presteren onder druk, omgaan met verwachtingen en de lessen die topsport haar heeft gebracht.
In deze aflevering hoor je over:
- De weg naar de top: Hoe Marieke als jong talent bij De Maas begon en werd gecoacht door Thomas Notermans.
- Tokio 2020: De spanning van de lichte dubbeltwee, het roeien in coronatijd en wat die laatste 250 meter haar hebben geleerd over topsport.
- De toekomst is Coastal: Waarom de nieuwe discipline Coastal Rowing de roeisport verandert en of we Marieke terugzien op de Spelen van Los Angeles 2028.
Een inspirerende aflevering over topsport, Olympisch roeien, coastal rowing en de allesomvattende passie voor de roeisport.
Podcastmaker Rik Bouman
The discussion centers around the illustrious career of Marieke Keijzer, an esteemed Olympic rower, and her profound connection to the sport, particularly as it flourished within the context of Rotterdam's renowned rowing community. I, Erik Peekel, engage Marieke in a detailed exploration of her journey, commencing with her remarkable victory at the Under-23 World Championships in 2016. This triumph not only solidified her status as a world champion but also underscored the emotional significance of competing in her hometown, surrounded by family and friends. Throughout our dialogue, we delve into the intricate dynamics of competitive rowing, the pressures associated with public expectation, and the transformative impact of mentorship in her development as an athlete. As Marieke transitions into the evolving realm of coastal rowing, we contemplate the future of this captivating sport, particularly its inclusion in the Olympic Games, and the unique challenges it poses to athletes.
The Sociëteit van de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging de Maas stands as a venerable institution in Rotterdam, embodying a rich history of 175 years that seamlessly intertwines the city with its waters. In this enlightening dialogue, I engage with Marieke Keijzer, an esteemed Olympian and world champion in rowing, delving into her formative experiences that shaped her illustrious career. Our conversation embarks with a poignant recollection of the Under 23 World Championships in 2016, held in her hometown of Rotterdam, where she triumphed in the lightweight single scull category. Marieke vividly recounts the electric atmosphere of the event, her pride in representing her city, and the emotional resonance of competing on the very waters where her grandfather had once laid the foundations for her journey. The narrative unfolds further as we explore the intricacies of the pressures associated with being a public figure in sports, particularly the balance between external expectations and internal motivations that can shape an athlete's performance. Marieke eloquently expresses the notion that the most formidable pressure often emanates not from the spectators, but from within oneself, highlighting the profound psychological landscape that competitive athletes navigate.
Takeaways:
- The Sociëteit van de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging de Maas has been an emblematic institution in Rotterdam for 175 years, symbolizing the city's rich maritime heritage.
- Marieke Keijzer's experience as a world champion at the 2016 U23 World Championships in Rotterdam highlighted the profound connection between her achievements and her family's legacy in rowing.
- The journey from a casual interest in rowing to becoming an elite athlete is often shaped by early exposure and the influence of family, as demonstrated by Marieke's transition into competitive rowing.
- Marieke emphasizes that the pressures of external expectations are often eclipsed by one's internal drive, underscoring the importance of self-motivation in the pursuit of athletic excellence.
Transcript
In het hart van Rotterdam, op een van de mooiste plekken van Nederland, ligt de Sociëteit van de Koninklijke Roei- en Zijlvereniging de Maas.
Speaker A:Al 175 jaar een icoon dat de stad en het water met elkaar verbindt en waar boegbeelden en bliktrekkers samenkomen.
Speaker A:Mijn naam is Erik Bekel en in deze aflevering ga ik in gesprek met Marieke Keijzer, Olympisch roeister.
Speaker A: van: Speaker A:Jij werd daar wereldkampioen in de lichte skiff.
Speaker A:Dat is de eenpersoonsroeiboot.
Speaker A:Kun je ons meenemen naar dat moment?
Speaker A:Hoe heb je dat beleefd?
Speaker B:Nou, dat is al lang geleden, maar ik denk wel dat het een van de mooiste wereldtitels en WK's was die ik zelf heb meegemaakt.
Speaker B:Ik was toen ook een boegbeeld van dat WK, dus door heel Rotterdam hingen banners met mijn gezicht erop.
Speaker B:En ik stond naast de Blaak, naast de markthal, op het gebouw van de hoofdsponsor.
Speaker B:Echt heel groot.
Speaker B:Dus dat vond ik al heel cool.
Speaker B:Maar het was ook wel heel speciaal.
Speaker B:Mijn opa die heeft ooit begonnen met het aanleggen van de Willem-Alexander-baan in Zevenhuizen.
Speaker B:De roeibaan van Rotterdam.
Speaker B:En een paar jaar later dat die baan er stond en dat ik daar wereldkampioen mocht worden met alle familie.
Speaker B:Dat was wel echt heel speciaal.
Speaker A:Ja, je eigen stad met iedereen om je heen.
Speaker A:Dat is echt het moment.
Speaker A:Maar ja, je was dus ook echt het gezicht natuurlijk van dat wereldkampioenschap.
Speaker A:Voert dat dan ook de druk op?
Speaker B:Nou, ik denk persoonlijk dat de druk van buitenaf eigenlijk nooit meer is dan de druk van binnenuit voor mij.
Speaker B:Maar ik vond het gewoon vooral echt een enorme eer dat ik dusdanig had gepresteerd daarvoor dat ik dat boegpunt mocht zijn.
Speaker B:En die volle tribune, ja ik weet nog toen ik over de finish was, het was helemaal geen spannende wedstrijd want ik lag er denk ik tien seconden voor.
Speaker B:Maar op het moment dat ik over de finish kwam dan Ja, dan ben je best wel even blij, maar je bent ook heel alleen in die boot.
Speaker B:Dus je hebt even niemand om te vieren.
Speaker B:En toen kwamen er wat mensen naar me toe zwemmen en toen legde ik aan.
Speaker B:Die hele tribune die was zo hard aan het applaudisseren.
Speaker B:En dat vond ik wel ook echt iets heel unieks.
Speaker B:En ik denk omdat meer een deel gewoon Nederlanders waren of heel veel respect ervoor hadden.
Speaker B:Maar dat was wel echt kippenvel, ja.
Speaker A:En dat op de Willem-Alexander-baan, waar jouw grootvader Janus Boelen een van de initiatiefnemers was, is hij ook een van de drijfveren geweest om te gaan roeien.
Speaker A:Wat heb je qua enthousiasme voor die roeisport van hem meegekregen?
Speaker B:Nou, aan het begin was ik niet zo heel enthousiast over dat roeien.
Speaker B:Behalve dat er een ergometer in de garage stond van mijn opa.
Speaker B:En dat vind je als kind altijd wel interessant.
Speaker B:Maar ik vond het er vooral heel saai uitzien.
Speaker B:En ik snapte het ook nog niet zo goed.
Speaker B:En ik zat op het Hofpleintheater hier in Rotterdam.
Speaker B:Dus ik zat veel meer in de culturele kant.
Speaker B:Ik zat ook op de balletacademie een paar jaar.
Speaker B:Dus ja, ik dacht dat roeien, dat zal wel niks voor mij zijn.
Speaker B:Maar mijn broer roeide op aandringen van mijn opa.
Speaker B:Want ja, die zei nou, ga maar eens kijken.
Speaker B:Dat vind je misschien wel leuk.
Speaker B:En toen door aandringen van onder andere mijn moeder, moest ik een keer mee.
Speaker B:En toen eigenlijk ontdekte ik hoe leuk het was en hoe speels het was.
Speaker B:En helemaal niet saai, ook omdat ik het gewoon totaal niet kon aan het begin.
Speaker B:Dus ja, dankzij hun ben ik wel natuurlijk gaan roeien.
Speaker B:Want mijn opa, die was super actief ook op deze vereniging.
Speaker B:En mijn oma ook.
Speaker B:Dus ja, dan een beetje met de paplepel ingegeven.
Speaker B:En ja, toen was ik er goed in, dus dat was ook heel leuk.
Speaker A:Ja, en merkte je dat ook meteen al vanaf het begin?
Speaker A:Want jouw eerste halen waren dus bij de Maas.
Speaker A:Voelde je meteen van, hé, hier zou ik wel eens een hele grote in kunnen worden in deze sport?
Speaker B:Nee, zo ging het niet.
Speaker B:Ik was wel heel enthousiast, maar in mijn enthousiasme maakte ik ook wel heel veel foutjes.
Speaker B:Dus ik denk wel dat ik een van de personen was die het meest in het water lag.
Speaker B:Ja, omdat ik dan omstoeg.
Speaker B:Dus ik maakte erg veel fout aan het begin.
Speaker B:Maar ik merkte wel dat het plezier dat ik erin had.
Speaker B:En ik heb daar vriendinnetjes ontmoet die ik nu nog steeds spreek.
Speaker B:Wat voor mij best wel bijzonder is.
Speaker B:En ook wel echt goede vriendinnetjes.
Speaker B:Dus ik denk wel dat dat...
Speaker B:Ja, dat was wel...
Speaker B:Dat had ik wel meteen hoor.
Speaker B:Dat ik dat heel leuk vond.
Speaker B:En eigenlijk spelenderwijs...
Speaker B:Ja, had ik helemaal niet door hoe goed ik kon worden of kon zijn of aan het worden was.
Speaker B:Dus dat was eigenlijk heel onbevangen.
Speaker A:Daarvoor had je als plan om ballerina te gaan worden.
Speaker A:Dat liep anders en toen zat je opeens in die boot.
Speaker A:Je was aan het jeugd roeien.
Speaker A:Hoe maakte je vervolgens de stap naar de topsport?
Speaker A:Hoe heb je dat ervaren?
Speaker B:Ik denk wel van mijn coach toenertijd, Thomas Notemans.
Speaker B:Nou, die coach nu nog steeds de jeugdopleiding van de Maas.
Speaker B:Die was best wel...
Speaker B:Nou, die had natuurlijk oog voor talent en die had best wel mooie plannen.
Speaker B:En eigenlijk werd ik daar gewoon heel makkelijk in meegenomen.
Speaker B:Dus het was...
Speaker B:Ik weet wel nog heel goed dat hij op een gegeven moment aan mij vroeg van, nou, zou je naar de Coupe de la Jeunesse willen?
Speaker B:Dat is eigenlijk een beetje het opstapje naar een jeugd WK.
Speaker B:En dat ik dacht, Ik, dat kan niet toch?
Speaker B:En toen zeiden ze ja, maar als je dat soort dingen wil, dan moet je het wel een keer uitspreken.
Speaker B:Want dan gaan we eraan werken en dan worden er dingen mogelijk gemaakt.
Speaker B:En eigenlijk was dat wel het moment dat ik besef van, oh ja, als je iets wil, dan moet je daarvoor gaan en dan moet je dat uitspreken en dan moet je daar je doelen stellen en daarvoor hard gaan werken.
Speaker B:En eigenlijk op diezelfde manier heb ik met Thomas denk ik vooral in de jeugd al echt stappen gezet die een normale jeugdgroeier pas na zijn jeugdtijd neemt.
Speaker B:Dus ik was gewoon heel goed en gedisciplineerd en ik had een doel voor ogen.
Speaker B:Het speelse was er nog steeds wel, maar ik wilde gewoon zo graag naar de Olympische Spelen en ik wilde in alles de beste zijn.
Speaker B:En ja, dat heeft me denk ik Al best wel vroeg maakte ik dat stapje naar heel professioneel omgaan met je sport en je leven.
Speaker B:Dus ik ging ook van school wisselen naar zo'n topsportschool.
Speaker B:Waar ik opeens de eerste drie uur vrij had om te trainen, elke dag.
Speaker B:Dus ja, zo heb ik wel heel vroeg dat soort stappen gezet om gewoon die uren te kunnen maken.
Speaker B:En eigenlijk ja, vanaf mijn achttiende denk ik dat ik een Nederlands team zat.
Speaker B:Ja, en daar is alles heel professioneel en dan ga je er vanzelf in mee, denk ik.
Speaker B:Maar het voelde niet echt als iets wat ik heel erg heb moeten leren, maar dat ging gewoon wel geleidelijk.
Speaker A:Het kwam echt dus van binnen uit.
Speaker A:Het is iets wat je echt heel graag wilde.
Speaker A:Dat ontdekte je.
Speaker A:Heeft je dat ooit verbaasd of wist je eigenlijk al voordat je ging roeien dat dat erin zat?
Speaker A:Zit je ze gewoon zo in elkaar?
Speaker B:Ik denk een beetje aangeleerd gedrag misschien wel door dat ballet, want dat is natuurlijk ook heel gedisciplineerd en heel precies en alles tot in de pintjes goed willen doen en ook op alles worden gecorrigeerd eigenlijk.
Speaker B:Dus ik was wel weer gewend dat dat normaal was om te doen.
Speaker B:Dus ik denk dat dat een beetje aangeleerd en daardoor onbewust toch wel mijn kracht was.
Speaker B:Maar ja, eigenlijk verder niet heel erg bewust.
Speaker B:Dat geleerd of zo.
Speaker A:Toch voordat je in de boot stapte had je het idee bij die roeiesport dat dat ook wel saai zou kunnen zijn.
Speaker A:Wat maakt het roeien voor jou niet saai?
Speaker A:Hoe hou je de focus vast en hoe hou je het ook leuk om zo ontzettend veel tijd in die sport te steken?
Speaker B:Ja, ik denk wat ik wel echt heel bijzonder vind aan roeien is dat je zo dicht bij de natuur bent.
Speaker B:Dus je komt echt op super mooie plekken als je internationaal roeit, maar ook gewoon in Rotterdam heb je de hotte en dan roei je weg van de drukte van de stad en je kan eigenlijk helemaal tot Moerkapelle bijna roeien.
Speaker B:En ja, dat is wel echt iets wat heel uniek is.
Speaker B:De vogels zijn soms iets te dichtbij, maar heel dichtbij en het water en het geluid van de boot.
Speaker B:Ik denk dat dat soort dingen mij echt een soort interne rust geven.
Speaker B:Het wordt er heel zen van.
Speaker B:En eigenlijk ja, dan verstrijken de uren best wel makkelijk.
Speaker B:Dus ik geniet heel erg van het buiten zijn, denk ik.
Speaker B:Dat vind ik wel echt superlekker.
Speaker B:Verder ja, het is nog steeds best een saai sport, want je doet elke haalt zelf.
Speaker B:Er zit geen tactiekelement in.
Speaker B:Je moet gewoon zo hard van A naar B.
Speaker B:Saai misschien wel heel lekker vindt.
Speaker A:Want op de rotte omschrijf je, zit je dicht bij de natuur en daar heb je ook wat variatie.
Speaker A:Maar vooral als je voor de bond aan de slag gaat, dan train je natuurlijk veel op de bosbaan.
Speaker A:Dat is een heel stuk saaier.
Speaker A: Steeds die: Speaker A:Hoe hou je dat leuk?
Speaker B:Ja, ik denk dat ik dan toch gepassioneerd ben om de allerbeste halen neer te zetten.
Speaker B:Dus met mijn tijd dat ik echt veel op de bos maar roeide, dan ja, je wil gewoon elke training beter worden.
Speaker B:Dus dat leidt ook enigszins af van het wellicht baantjes achter elkaar varen.
Speaker B:Ja, en gewoon elke baan weer proberen om je technische punt beter te maken of te voelen dat de boot nog beter loopt.
Speaker B:En dan ja, verstrijkt de tijd wel.
Speaker A:Wat jouw roeicarrière heel bijzonder maakt is dat je al op hele jonge leeftijd op het podium plaats stond.
Speaker A:Veel jonger dan gemiddeld.
Speaker A:Je gaf net aan Thomas Notermans, jouw coach, die wees je ook op die mogelijkheden.
Speaker A:Wat heeft hij verder kunnen doen om jou verder te brengen?
Speaker B:Nou ja, hij heeft echt heel veel voor mij gedaan.
Speaker B:Sowieso heeft hij echt gave projecten neergelegd.
Speaker B:Dus waar je normaal als jeugdgroeier gewoon een nationale kalender afwerkt, gingen wij uiteindelijk naar World Cups en we gingen naar Boston met Annick Tazelaar ging ik toen naar Boston toe.
Speaker B:En daar, echt de grootste roeiwedstrijd van de wereld is dat volgens mij, gingen we daar starten.
Speaker B:En dat was allemaal gewoon mogelijk.
Speaker B:Als er gewoon een goed plan lag en waarom het gaaf was, dan deden we dat.
Speaker B:Zonder daar heel moeilijk in te doen.
Speaker B:En ik denk dat dat wel echt hele kostbare momenten zijn.
Speaker B:Dat heeft wel heel gemotiveerd.
Speaker B:Dat soort tripjes en dat soort gave wedstrijden, dat houdt je ook heel erg hongerig om daar dan beter in te worden of de beste in te worden.
Speaker B:Dus ik denk wel dat hij mij echt gemotiveerd heeft met speciale mogelijkheden die misschien een andere roeicoach bij een vereniging niet had gecreëerd.
Speaker B:Ik weet nog een keertje dat we hier op de Maas, ik was dus misschien wel een dure kostenpost met al mijn projecten en al mijn nieuwe boten die ik nodig had.
Speaker B:En toen weet ik nog dat dat dan ten koste ging van een dubbel vier die in het begroting stond.
Speaker B:Dat is ook een roeiboot.
Speaker B:En toen heb ik hier een praatje gehouden en heb ik even al deze mensen uitgelegd.
Speaker B:Met misschien een portemonnee die goed gevuld was, waarom ik die dubbel 4 had afgepakt en of ze het mooi vonden om die dubbel 4 misschien toch te financieren zodat de jongens op de Maas ook in een nieuwe boot konden roeien.
Speaker B:En dat gebeurde.
Speaker B:En dat is denk ik ook wel iets wat echt in de kracht is van Ja, je komt met een plan en je komt met een overtuiging en met een doel.
Speaker B:En dan linksom of rechtsom wordt het gewoon mogelijk gemaakt.
Speaker B:En ik denk dat Thomas daar echt een super goede visie voor had.
Speaker B:Samen met het Maasbestuur gewoon dat soort dingen mogelijk maakt.
Speaker B:En dat is echt super bijzonder.
Speaker A:Super bijzonder ook dat jij op je zestiende al uitkwam op de wereldkampioenschappen voor junioren in Trakai.
Speaker A:Voor topsport moet je ook veel laten.
Speaker A:Jij was in je puberjaren.
Speaker A:Hoe heb je dat ervaren?
Speaker A:Dat er eigenlijk geen ruimte was voor andere zaken?
Speaker B:Ik denk dat ik echt de verschrikkelijkste puber ooit was, maar dat kan je misschien beter aan mijn moeder vragen.
Speaker B:Want ik was dus ergens best wel een puber, maar ergens ook heel erg al volwassen.
Speaker B:En dat gaat niet altijd goed samen.
Speaker B:Dus ik denk dat ik thuis nog heel erg de puber was, maar op school en rondom mijn trainingen was ik dat niet.
Speaker B:En dat heeft misschien af en toe wat ten koste van mijn moeders dagelijk is dat gegaan.
Speaker B:Ja, en verder verjaardagen en zo.
Speaker B:Ja, ik vond het gewoon ook niet interessant.
Speaker B:Dus heel veel mensen zeggen van ja, het kost veel.
Speaker B:Maar ik denk juist als je jong bent, dan ben je daar helemaal niet bewust van.
Speaker B:En ik vond iets gewoon veel gaver om te doen.
Speaker B:Dus mij interesseerde het echt Heel weinig of ik op vakantie ging of dat vriendinnetjes op examenreis gingen.
Speaker B:Het maakte me echt geen drol uit.
Speaker B:Zodat ik maar lekker kon roeien en mijn ding kon doen.
Speaker B:En ik denk juist nu dat je wat...
Speaker B:Nou, nu ben ik 28.
Speaker B:29, Nu kom ik een beetje zo dat ik denk, oh ja, nu snap ik wel dat het dingen kost.
Speaker B:Dus vriendschappen of dat je dat echt wat zorgvuldiger moet plannen, omdat mensen om je heen ook druk zijn.
Speaker B:Dus ik denk juist als jeugdroeier had ik het echt totaal niet.
Speaker B:Maar nu denk ik soms wel, oh ja, ik ben weer even in het buitenland.
Speaker B:Of ik was nu last minute tussen kerst en oud en nieuw weg.
Speaker B:En dat vond ik dan moeilijker om dan oud en nieuw iedereen even achter te laten zeggen, oh ja, ik ben er toch niet.
Speaker B:Dus ja, zo'n beetje.
Speaker A:En destijds als ze puber, hoe reageerde jouw vriendinnen daarop?
Speaker A:Op jouw focus op die topsport?
Speaker B:Ik denk dat ik niet zo heel veel vrienden in die tijd echt had.
Speaker B:Dus ik had een goed rooivriendinnetje van mij.
Speaker B:Zij begreep natuurlijk alles.
Speaker B:Maar het was ook wel soms lastig, want we waren op hetzelfde moment gestart en ik werd heel goed.
Speaker B:Dus dat is ook best lastig soms voor een vriendschap, dat er een heel goed in iets is.
Speaker B:Maar ja, wel altijd begrip, want dat is het makkelijke van topsport.
Speaker B:Iedereen vindt het toch dusdanig gaaf dat er ook heel veel, ja, heel veel respect voor is en daardoor begrip, denk ik.
Speaker B:Dus men snapt dat als je een topsportleven hebt, dat je dan wat minder investeert.
Speaker B:En men snapt ook dat je daar best wel egoïstisch voor moet zijn.
Speaker B:En ik denk dat in mijn persoonlijkheid dat egoïstisch niet heel erg zit, dus dat dat een beetje misschien compenseerde.
Speaker B:En ik deed ook wel vaak, ik had dan een Status.
Speaker B:Dus ik had geld verdiende ik met roeien en dan trakteerde ik wel het liefst mijn vriendinnetjes die dan aan het studeren waren en niet zoveel tijd.
Speaker B:Dan zei ik nou, als ik ooit nog mijn master moet halen en nou ja, jullie hebben allemaal een baan, dan kom ik wel een keer bij jullie eten.
Speaker B:Maar deze is voor mij.
Speaker B:Dus zo probeerde ik dat een beetje te compenseren, denk ik.
Speaker A:Leuk.
Speaker A:Al heel jong werd jij gezien als toptalent en ook internationaal als belofte voor de roeiesport.
Speaker A:Wat doet dat met je?
Speaker B:Niet zo heel veel.
Speaker B:Ik vind eigenlijk toenertijd had ik het echt niet zo heel erg door.
Speaker B:Ook omdat er best wel af en toe wat negatief over werd gezegd.
Speaker B:Dus men vond dat ik te jong was om zo hard te trainen.
Speaker B:Of men vond dat er misschien te veel druk vanuit een coach op werd gelegd.
Speaker B:En dat vond ik irritanter, want dan dacht ik, kom dan een keer een dag mee en dan zie je hoe leuk ik dit vind.
Speaker B:Ik vind het niet leuk om door de regen te fietsen, maar dat ik het allemaal niet zo heel erg vind.
Speaker B:Want op school had ik dingen goed geregeld.
Speaker B:Ik mocht op mijn racefiets tussen de Wim van Laksanderbaan en de school.
Speaker B:En er waren gewoon superveel opties.
Speaker B:En als het echt heel hard regende, dan bracht mijn coach me of mijn moeder me.
Speaker B:We hadden gewoon echt een heel gezellig team ook.
Speaker B:Dus dat negatieve, dat weet ik wel erg dat dat speelde, maar verder wat de buitenwereld er echt van vond, ik deed gewoon echt iets wat ik het allerleukst vond.
Speaker B:Dus ja, dat ik een belofte was, dan dacht ik, nou ja, het zal.
Speaker B:Ik wil gewoon winnen.
Speaker B:Dus ik denk dat dat zo'n beetje dat wegpoetst.
Speaker A:Zodra je ging studeren, ging je roeien bij Scadi, de studentenroeivereniging van Rotterdam.
Speaker A:Wat heeft die vereniging jou gebracht?
Speaker B:Nou, wel iets meer sociaal netwerk.
Speaker B:Dus ik ging ook bij een dispuut en een eerstejaarsploeg haakte ik aan.
Speaker B:Dus daar heb ik gewoon wel even een boost gegeven aan mijn sociale leven.
Speaker B:Dat vond ik heel belangrijk eigenlijk ook wel toen er tijd.
Speaker B:En daar waren ook wel weer voorbeeldfuncties die daar boven je zaten en dan kon ik daar ook wel weer motivatie uit halen.
Speaker B:Daar waren Olympiërs, daar werd de varsity gewonnen en dat vond ik allemaal toch ook best wel interessant als 18-jarige.
Speaker B:Dus ik denk dat dat het sociale en de gave projecten die daar ook waren.
Speaker B:Ja, dat vond ik daar ook wel weer heel interessant.
Speaker B:Maar ik moet wel zeggen dat ik toen ook al in Amsterdam snel moest roeien en snel woonde daar ook.
Speaker B:Dus dat heeft wel een beetje, nou ja.
Speaker B:Roet in het eten gegooid.
Speaker B:Maar ook wel toen ik stopte met toproeien.
Speaker B:Toen heb ik nog voor Skadi geroeid in het jaar daarna.
Speaker B:En het jaar daarna misschien ook, maar ik noemde mezelf een beetje een feestroeier.
Speaker B:Voor de leuke projectjes was ik wel te porren.
Speaker B:Voor de hele zware training iets minder.
Speaker B:Maar toen hebben we de varsity gewonnen met de damesvier en dat was de eerste van Skadi ooit.
Speaker B:Dus het gaf ook wel weer een soort vangnet toen ik eenmaal terug was uit mijn topsportbubbel eigenlijk.
Speaker B:En dan kom je er ook weer achter dat je nog vrienden kan maken.
Speaker B:Uiteindelijk is het natuurlijk gewoon een grote groep mensen van jouw leeftijd.
Speaker B:Dus ja, dat een beetje.
Speaker A:Wat je vertelde al, in je studententijd ging je in Amsterdam voor de Koninklijke Nederlandse Roeibond aan de slag.
Speaker A:Dat betekende ook dat je daar ging wonen, maar je mocht ook mensen daar nog om je heen verzamelen die jou echt verder gingen helpen, zoals Rianne Sigmund.
Speaker A:Wat heeft zij voor jou betekend?
Speaker B:Ja, ook heel veel.
Speaker B:Ik denk op een gegeven moment merkte ik dat de jaren die ik onder Thomas had gecoacht, dat je toch soms een nieuwe wind nodig hebt of een verfrissing of dat je in het oude patroon blijft hangen.
Speaker B:En zij gaf mij toen best wel het zelfvertrouwen van het is niet erg om de maas eventjes los te laten.
Speaker B:En de maas staat ook wel weer voor je klaar als je ze nodig hebt.
Speaker B:En zij leerde me wel gewoon om wat meer zelfvertrouwen te hebben of op de momenten dat ik het moeilijk vond om ja om dan toch eventjes dat zetje in de rug te krijgen.
Speaker B:En zij en haar man Jaap Schouten is ook een ex-lichtenroeier die coachte mij ook af en toe omdat ik een beetje tussen wal en schip viel want ik had een programma uit Amsterdam maar ik woonde nog deels in Rotterdam en ja zo hebben zij me een beetje geholpen om Ja, de week door te komen en ook soms even te zeggen, Mariek moet je niet iets minder doen?
Speaker B:Of gaat het allemaal wel goed?
Speaker B:Dus een beetje de vraag van ja, of het goed met je gaat, denk ik.
Speaker B:Dat was wel heel belangrijk en ik vertrouwde haar ook honderd procent.
Speaker B:En ik spreek haar, nou, vandaag de dag nog steeds echt wel veel en ze heeft drie kinderen waar ik kan oppassen.
Speaker B:Dus ja, dat is wel een soort van, ja, ik noem haar altijd mijn roeimama.
Speaker B:En dat denk dat ik, dat dat het wel goed omschrijft.
Speaker A:We zijn ons gesprek begonnen met het wereldkampioenschap onder 23 hier in Rotterdam.
Speaker A:Daarna volgden nog veel podiumplekken op EK's en WK's.
Speaker A:Met als klap op de vuurpijl de Olympische Spelen van Tokio.
Speaker A:Die Spelen werden een jaar uitgesteld vanwege corona.
Speaker A:Dat is natuurlijk echt ontzettend onhandig.
Speaker A:Op z'n minst.
Speaker A:Wat betekende dat voor jou?
Speaker B:Ja, voor mij vond ik dat toenertijd echt wel heel erg zwaar, omdat ik ook wel heel erg uitkeek naar dat die finishlijn van die Spelen even was bereikt.
Speaker B:Dus in Roeijen is eigenlijk het enige hoogtepunt echt die Olympische Spelen en een WK is dienend aan die Olympische Spelen uiteindelijk.
Speaker B:En dat vond ik wel echt heel pittig, want ik verlangde wel heel erg eventjes naar even de touwtjes weer wat losser en dat sociale netwerk weer even opbouwen en weer even student zijn.
Speaker B:Dus ik vond dat echt wel heel zwaar.
Speaker B:Ja, dus dat was wel eventjes taai.
Speaker B:Maar aan de andere kant vond ik de coronatijd alweer echt geweldig.
Speaker B:Want wij gingen gewoon hele dagen buiten fietsen en op een gegeven moment mochten we ook niet roeien.
Speaker B:Dus nog langer fietsen.
Speaker B:Dus we hebben echt dagenlang door Nederland getrokken.
Speaker B:Dus dat was wel ook echt heel speciaal en dierbaar.
Speaker B:Maar ik vond het niet makkelijk.
Speaker B:Nee.
Speaker A:In Tokio waren Iels, Paulus en jij de favorieten in de lichte dubbel 2.
Speaker A:Wat maakte jullie zo'n goed duo?
Speaker B:Ik denk dat we allebei gewoon uitstekende roesters waren.
Speaker B:En voor onze gewichtsklassen op het randje van dat het nog net kon.
Speaker B:En dat maakte dat je dan toch een voorsprong had op je net wat kleinere, minder sterke concurrenten.
Speaker B:En wij spraken echt niet altijd dezelfde taal.
Speaker B:Dus als je in kleuren denkt, is zij een andere kleur dan ik.
Speaker B:Dus ik ben een beetje groen, ik misschien een beetje blauw en zij is best wel rood.
Speaker B:Dus dat kan best wel botsen.
Speaker B:Maar als dat stoplicht van de start van rood naar groen sprong, dan was het gewoon heel duidelijk.
Speaker B:En dan spraken we precies dezelfde taal en dan was het gewoon heel simpel.
Speaker B:En ik denk dat dat wel echt onze kracht was.
Speaker B:Dat je daarop kan vertrouwen, dat je weet linksom of rechtsom.
Speaker B:We willen als eerste over die finish en de kans is best groot dat dat lukt.
Speaker B:Dat is natuurlijk echt super speciaal dat je dat met elkaar kan vinden.
Speaker A:Die Spelen van Tokio waren een beetje rommelig door gedoe eromheen.
Speaker A:Een aantal roeiers moesten zelfs in het quarantainehotel.
Speaker A:Volgens mij ook coach zelfs.
Speaker A:Wat heb je daarvan meegekregen?
Speaker A:Hoe is dat als dat zo heel anders loopt dan volgens plan?
Speaker B:Nou, ik vond op zich die coaching, dat vond ik wel lastig, maar meer het menselijke aspect.
Speaker B:Dus dat zij daar tien dagen in een hotel zaten in een vreemd land.
Speaker B:Maar goed, roeiend gezien had ik hun in die zin niet nodig, want ja, als je tien dagen of een paar dagen voor de Spelen nog heel erg je coach nodig hebt, dan denk ik dat je niet helemaal lekker voorbereid bent.
Speaker B:Dus wij waren wel echt goed voorbereid, maar ik vond het wel niet zo'n hele menselijke situatie.
Speaker B:En als je team uit elkaar valt, ja, dat is natuurlijk best lastig.
Speaker B:Dus ik vond dat niet de allerleukste week van mijn leven.
Speaker B:Ik had wel, toen ik vroeger zei van nou, ik wil graag naar de Spelen, had ik dit niet helemaal verwacht.
Speaker B:Ja, dus ik denk wel dat dat een beetje een getekende ervaring is.
Speaker B:Dus ik ben dan wel trots dat we daar nog brons hebben gehaald, want het was mentaal gezien echt niet een makkelijk klusje om even te klaren.
Speaker B:Maar ja, het was vooral, ik vond het vooral ook echt moeilijk dat mijn familie en vrienden er niet waren en dat er dan ook nog een tijdsverschil is.
Speaker B:Gelukkig was mijn tante, die woont in Japan.
Speaker B:Dus die zat in dezelfde tijdzone.
Speaker B:Dus met haar kon ik dan wel nog een beetje overdag af en toe even bellen ofzo om toch iets van een uitlaatklep te hebben.
Speaker B:Maar ja, super lastig.
Speaker B:Ja, super lastig vond ik dat toen.
Speaker A:Nogal een contrast ook met dat toernooi in Rotterdam waar juist iedereen die dierbaar is om je heen had bij die overwinning.
Speaker A:De Spelen, dat is natuurlijk toch het allerhoogste.
Speaker A:Heb je van dat gegeven nog extra spanning gehad?
Speaker B:Nee, ik moet zeggen dat op het moment dat we de halve finale hadden, die ging niet super goed.
Speaker B:We hadden door.
Speaker B:En toen dacht ik, ja, ik ben hier gewoon zo klaar mee.
Speaker B:Echt, we roeien die wedstrijd en ik wil gewoon naar huis.
Speaker B:Wat dat betreft ben ik wel heel blij dat we wel een medaille hebben gehaald.
Speaker B:Ik begrijp het niet verkeerd.
Speaker B:Maar ik denk dat ik op dat moment het daar zo mentaal zwaar had, dat ik echt dacht, ik wil gewoon stoppen.
Speaker B:Dit is toch niet een spelen zoals je het wil.
Speaker B:Dus ja, van mij hoefde het op die manier niet.
Speaker B:En ik denk de druk van buitenaf was bij ons wel echt groot.
Speaker B:Iedereen dacht wel dat we even goud gingen ophalen.
Speaker B:Maar ik had zoveel aan mijn hoofd dat het echt het laatste was dat ik dacht, nou wat de NOS ervan vindt.
Speaker B:Ja, maakt me echt bijzonder weinig uit.
Speaker A:Iedereen dacht dat jullie wel even goud op gingen halen.
Speaker A:Zo zag het er ook wel even uit.
Speaker A: Op: Speaker A:Maar in de laatste 250 meter moesten jullie Italië en Frankrijk voor laten gaan.
Speaker A:Wat leert zo'n momentje over de topsport?
Speaker B:Nou, dat dat goud halen denk ik voor mij niet een doel is of kan zijn, omdat het dus van zoveel factoren afhankelijk is.
Speaker B:Je kan er echt alles aan doen.
Speaker B:En ik denk dat wij op die dag ook echt de allerbeste roesters waren.
Speaker B:Het was echt in de laatste 10 meter dat we een foutje hadden.
Speaker B:En ik denk dat ik daardoor wel iets had van ja, je bent niet Je bent niet je resultaat.
Speaker B:En wat ik heel bijzonder vond aan die Spelen was dat na de finale hadden wij nog 24 uur en dan zouden we vliegen.
Speaker B:En die avond waren we op een park, het Olympisch Dorp, en daar kwamen eigenlijk alle sporters die die avond klaar waren, kwamen daar samen.
Speaker B:En toen waren er wat lichte dames uit mijn veld en die zeiden allemaal ja jullie hadden moeten winnen en jullie zijn ook degene geweest die wij jarenlang hebben willen verslaan.
Speaker B:Dus voor ons zijn jullie de winnaars want wij waren altijd bezig met jullie verslaan en niet of beter worden of dichter bij jullie in de buurt te komen en dat vond ik wel echt iets zo dierbaars dat ik dacht als mijn concurrenten kijken tegen mij op van nou dat zijn de echte winnaars.
Speaker B:Los van dat je dat dan net op die dag, op dat moment niet bent.
Speaker B:Maar ja, dat vond ik wel echt heel speciaal.
Speaker A:Ja, heel mooi.
Speaker A:Het jaar na de Spelen zet je een punt achter je professionele roeicarrière.
Speaker A:Maar daar komt weer een staartje aan.
Speaker A:Daar gaan we het zo meteen over hebben.
Speaker A:Welke inzichten nam je op dat moment, want dan sluit je toch een periode af voor je gevoel.
Speaker A:Welke inzichten nam je toen mee uit jouw topsportcarrière?
Speaker B:Ik denk dat ik wel het vertrouwen moest houden dat ik er ooit wel heel erg trots op zou zijn wat ik heb bereikt en dat ik dat toen op dat moment misschien niet helemaal voelde, want stoppen met iets op zo'n jonge leeftijd, terwijl je eigenlijk nog twee spelers had kunnen doorgaan, dat voelde misschien ook een beetje als opgeven.
Speaker B:Maar ik weet nog heel goed dat op de huldiging van de spelen, en dat was voor een paar maanden voordat ik stopte.
Speaker B:Toen ging Rianne Sigmund een praatje voor me houden, maar in plaats van een heel vriendelijk praatje met allemaal mooie anekdotes, ging ze mijn World Rowing, dat is eigenlijk een soort statistische plek waar al je resultaten staan, die gingen zij gewoon voorlezen.
Speaker B:En ik stond daar echt vet ongemakkelijk bij en ik had mijn medaille ook in mijn broekzak zitten, want ik wist ook niet wat ik met die medaille nou moest.
Speaker B:Ik ben niet de type die hem dan gewoon omdoet en daarmee gaat rondlopen.
Speaker B:En toen ging zij dat doen en toen zei een collega van mij, die ook naar de Spelen was geweest, die zei halverwege, en ik word echt ongemakkelijker en ongemakkelijker.
Speaker B:En toen zei hij tegen mij van, heb je nu door hoe cool je bent?
Speaker B:Dat jij gewoon altijd op het podium hebt gestaan.
Speaker B:En toen dacht ik, oh ja.
Speaker B:Nou, ik heb het nog niet helemaal door, maar als iemand anders het zou doen, zou ik het wel heel gaaf vinden.
Speaker B:Dus ik denk wel dat ik op dat moment wel ben begonnen met wat trotser te zijn in plaats van altijd maar alleen maar tevreden met goud.
Speaker B:En zelfs dan waren wij niet altijd tevreden.
Speaker B:En ik denk dat ik daar wel wat zachter in zou willen zijn.
Speaker B:Dat je gewoon ook tevreden kan zijn met brons of een allerbeste race en dan vierde wordt.
Speaker B:Ja, dan mag je echt wel balen, maar als je niks fout hebt gedaan, dan is dat het eventjes.
Speaker B:En ik denk dat ik dat een beetje uit de topsport heb meegenomen.
Speaker B:Dat je gewoon, als jij je best doet, meer dan je best kan je niet doen, dan is dat het ook.
Speaker A:Die punt die je toen hebt gezet, die bleek later een comma te zijn, want je bent weer vol aan.
Speaker A:Binnenkort zijn er wat kwalificatietournooien voor zowel koostel- als vlakwaterroeier, traditionele roeier.
Speaker A:Wat wordt het vervolg?
Speaker A:Wat zit er aan te komen?
Speaker B:Goeie vraag.
Speaker B:Wat er precies aan zit te komen dat weet ik niet.
Speaker B:Wat ik wel wist is dat nadat ik ben afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit, dat ik dacht na part-time werken kan ik inkomen, full-time werken mij even nog niet bellen.
Speaker B:En dat eigenlijk op die manier het roerje toch weer via het coasterroerje terugkwam.
Speaker B:En dat ik dacht, Ja, eigenlijk heb ik ook wel gemist hoe leuk ik dit vond, het roeien, of vind.
Speaker B:Dus via het koostelroeien, dat werd een olympische sport.
Speaker B:Dus ja, die sport is groter aan het worden en professioneler.
Speaker B:En eigenlijk haakte ik daar op het juiste moment denk ik in op een Nederlands kampioenschap.
Speaker B:En daar werd ik tweede.
Speaker B:En toen zei ik tegen de botscoach, kan ik dan ook mee naar het WK?
Speaker B:Nou, dat mocht, want ja, ik had het goed gedaan.
Speaker B:En zodoende eigenlijk doorgerold weer.
Speaker B:Ja, en wat het nu gaat zijn, vanaf januari tot eigenlijk maart heb ik selecties voor allebei.
Speaker B:En dan zien we wel waar het schip strandt.
Speaker A:Dus dan zien we je straks in Los Angeles.
Speaker A:Laten we het nog even hebben over dat coastal roeien, want dat is echt wel een heel gaaf avontuur ook.
Speaker A:Coastal roeien is minder bekend natuurlijk dan het traditionele roeien.
Speaker A:Kun je ons een beetje meenemen in wat dat zo bijzonder maakt?
Speaker A:Wat houdt dat eigenlijk in?
Speaker B:Ja, nou ja, het grote contrast met het vlakwater roeien is dat er veel meer elementen zijn die je goed moet kunnen.
Speaker B:Dus bij coaster roeien, het wordt als sprint gezien, maar het duurt ongeveer 2,5 minuut.
Speaker B:Maar je moet van de start rennen naar je boot, er dan op dat moment inspringen en dat is dus in de branding van de zee dus die boot gaat ook niet altijd gewoon lekker stil liggen zoals je hem in het vlot zou leggen.
Speaker B:En op het moment dat je zit moet je je voeten in de schoenen schuiven, je moet je riemen goed aanpakken en dan moet je zo snel mogelijk een slalom parcours afleggen.
Speaker B:Maar op zee, op de heenweg heb je op dat slalom parcours heb je gewoon nou zicht op waar je ongeveer bent want je hebt het strand als richtpunt en je coach als richtpunt en die kan signaleren.
Speaker B:Maar zodra je dus aan het einde van het parcours bent moet je omdraaien en dan heb je alleen maar de zee als mikpunt.
Speaker B:Dus dat is geen mikpunt.
Speaker B:Dus je moet gewoon terwijl je heel hard roeit en terwijl je al een sprint hebt getrokken van rond de 30 meter rennend en het lactaat best hoog zit moet je gewoon nog echt behendig zijn.
Speaker B:En het is een knock-out systeem.
Speaker B:Dus je vaart tegen een andere concurrent en degene die er als eerste is, die heeft gewonnen.
Speaker B:Maar dat kan spectaculair fout gaan.
Speaker B:En als de branding echt moeilijk is, dan kan je ook echt heel makkelijk omslaan met je boot.
Speaker B:Zodoende zijn er gewoon heel veel elementen.
Speaker B:En al die facetten van dat coastal roeien die je dus moet kunnen, dat maakt het voor mij weer heel interessant en spannend.
Speaker B:Want het zijn allemaal dingen die ik een paar jaar geleden nog nooit had gedaan.
Speaker B:En dus kan je er ook heel snel in ontwikkelen.
Speaker B:En de sport ontwikkelt zich ook en er worden nieuwe tactieken verzonden om erin te springen.
Speaker B:Dus zodoende is het echt een soort ontdekking ofzo.
Speaker A: sche Spelen in Los Angeles in: Speaker A:Volgens mij heb je net al geschetst waarom het zo spectaculair is.
Speaker A:Is dat ook de reden waarom het IOC daar heil in ziet?
Speaker A:Denkt van dit is wat mensen willen zien, willen volgen, meer dan het vlakwater roeien misschien?
Speaker B:Ja, ik denk meerdere elementen.
Speaker B:Ik denk dat het voor toeschouwers echt veel leuker is om daar te zitten.
Speaker B:Ook als niet roeier, zeg maar.
Speaker B:Want je ziet dus de poppetjes starten, als het ware.
Speaker B:En door het knock-out systeem zie je ze ook elke keer weer terugkomen.
Speaker B:Dus je krijgt toch een beetje van, oh, daar is die ene weer die net goed duwt.
Speaker B:Gaat hij nu van die winnen?
Speaker B:Dus voor de toeschouwers is het veel gaver om te zien.
Speaker B:En je kan de hele wedstrijd ook zien.
Speaker B:Dus vanaf de kust kan je gewoon natuurlijk de hele wedstrijd volgen.
Speaker B:En ik denk ook wel wat echt speelt, is dat het voor landen die net wat minder budget hebben, een laagdrempelige manier is.
Speaker B:Want met Coastal Rouille neem je dus niet je eigen boot mee.
Speaker B:Dus je krijgt een boot en je roeit dus in een soort carousel in die boten.
Speaker B:Dus het enige wat je mee hoeft te nemen is jezelf, en de riemen misschien nog, maar zelfs dat is meestal ook op locatie te huren.
Speaker B:En dat maakt dus dat kleinere landen, bijvoorbeeld Portugal heeft echt niet de beste roeiers, maar in koosterroeien kunnen ze dan wel weer echt een van de beteren zijn.
Speaker B:Omdat je dus kleine teams hebt, dus de kans dat veel landen gewoon geen acht op het water kunnen leggen en daar dan dus Olympisch kampioen in worden.
Speaker B:Dat is echt maar aan een handjevol landen gegeven.
Speaker B:En dat is natuurlijk veel makkelijker te organiseren dan een groter groep mensen.
Speaker B:Dus ik denk dat daar een beetje de overwegingen zijn gekomen.
Speaker B:En ze willen volgens mij, wat ik weet, is de spelen een beetje up-to-date maken en spectaculair maken.
Speaker B:Nou, en dat is het Koosterroeje wel.
Speaker B:We moeten nog een beetje ontdekken dat dat ook spectaculair is als het wat verder vlakker is.
Speaker B:Water is.
Speaker B:En Dus nu vindt men het alleen interessant als er golven dat is ook een beetje zijn.
Speaker B:De overweging van het Koosterroeje.
Speaker B:Dus ik denk dat ook een beetje de is Maar ja, wat ik net vertelde over die koers houden, dat kan gewoon al gebeuren dat iemand volledig in de verkeerde boei terechtkomt en in de verkeerde baan eigenlijk.
Speaker B:Dus dat zijn wel nou ook.
Speaker B:Ja, ik vind het hele spectaculaire evenementen ook om naar te kijken.
Speaker A:Spectaculair om naar te kijken.
Speaker A:En hoe is dat voor jou als sporter?
Speaker A:Is het ook spectaculair om het te doen?
Speaker A:Vind je het leuker dan vlak water roeien?
Speaker B:Leuker is denk ik niet het juiste woord.
Speaker B:Ik denk dat, en dat gaat ook nog wel mis in Nederland, is dat we te veel vergelijken.
Speaker B:Maar je moet het niet vergelijken.
Speaker B:Het zijn echt twee losse sporten van elkaar, maar met een component van een roeihaal erin.
Speaker B:Zo zou ik dat denk ik beschrijven.
Speaker B:Maar wat ik wel weet is dat de nervositeit voor een wedstrijd van een kostelwedstrijd is zo groot, omdat je gewoon de hele tijd denkt, als ik maar goed instap, als ik maar mijn riemen te pakken krijg, als ik maar niet omsna of als ik maar niet die boei raak.
Speaker B:En met de normale roei is het, kan je best aan de snaar denken, oké ik ben zenuwachtig, maar ik heb dit wel heel vaak geoefend.
Speaker B:En met coastal rowing, je kan het nog zo vaak oefenen, maar die zee die is zo onvoorspelbaar dat dat gewoon veel stressvoller misschien wel is, omdat je gewoon echt veel dingen goed moet doen.
Speaker B:En als je het verpest, als je gewoon even net je hand niet op de juiste plek hebt of er zit net een keltje in het zand waar jij denkt te gaan springen om in de boot te komen.
Speaker B:Ja, dan lig je gewoon achter en probeer dat maar eens tegen de zee goed te maken.
Speaker B:Dat is echt dan mij afhankelijk van dat iemand anders ook een foutje maakt.
Speaker B:Dus ja, dat is wel echt stressvol.
Speaker A:Ja, dus eigenlijk twee verschillende sporten, maar voor alle twee heb jij de kans om je te kwalificeren.
Speaker A:Als je nou zelf moet kiezen straks, als het daarop aankomt, wat dan?
Speaker B:Nou, ik denk dat mijn kansen bij het vlakwaterhoeien nu in Nederland best wel wat lastiger zijn, want ik ben overgestapt naar zwaarhoeien, want lichthoeien bestaat niet meer.
Speaker B:Dus ik denk dat het wel...
Speaker B:Nou, ik ga er wel helemaal voor, maar ik denk wel dat het best wel lastig is om in dat Nederlands team weer te komen als zware hoeister.
Speaker B:Iedereen is wereldkampioen geworden, dus...
Speaker B:Probeer jezelf er maar tussen te roeien.
Speaker B:Nou, dat ga ik natuurlijk gewoon proberen.
Speaker B:Dus ik denk dat misschien wel de keuze voor mij gaat worden gemaakt.
Speaker B:Maar ik vind het allebei hartstikke leuk.
Speaker B:En ik denk wat ik heel graag wil, dat is gewoon mijn droom.
Speaker B:En ik weet niet of het uitkomt.
Speaker B:Maar ik zou gewoon heel graag nog een keer naar die Spelen willen.
Speaker B:Alleen dan op een andere manier.
Speaker B:En ik denk dat dat mijn hoofdmotivatie is.
Speaker B:En in welke vorm dat dan komt, ik denk dat ik met allebei kan leven.
Speaker B:Maar ik wil het wel heel graag een van de twee.
Speaker B:Dus ja, als dat effe kan, dan ben ik heel blij.
Speaker B:Maar als het niet lukt, dan is het niet zo.
Speaker A:Dat gaan we heel graag volgen.
Speaker A:Nog even over de traditionele hoeien.
Speaker A: chikt water vinden langer dan: Speaker A:Dat is echt heel bijzonder.
Speaker A:Dat is nog nooit gebeurd.
Speaker A:Wat hoor jij bij de hoeiers, bij de bond?
Speaker A:Hoe zitten die daarin?
Speaker A:Want het is compleet anders.
Speaker A:Ook eigenlijk bijna een andere sport.
Speaker B:Ja, ze zijn volgens mij nu bij de Roermond wel aan het testen met hoeveel impact die laatste 500 nou heeft en hoe je daar misschien je trainingsschema moet aanpassen.
Speaker A: Was het in Tokyo maar: Speaker B:Ja, dan had ik gewonnen.
Speaker B:Maar ik moet wel zeggen dat wat het aller interessantste is dat je moet je voor de Spelen kwalificeren en die kwalificatie is nog op twee kilometer.
Speaker B:Dus je kan eigenlijk ook pas een jaar van tevoren echt die switch gaan maken als je daar iets in moet veranderen.
Speaker B:Ik kan er wel om lachen, maar ik denk als je eenmaal in die olympische cyclus weer zit en je bent een olympisch roeier en dat je dan een beetje denkt, waarom moet dit nou zo amateuristisch?
Speaker B:Want Amerika is best een groot land, dus kan dat niet anders?
Speaker B:Of kan dat niet eerder geregeld worden?
Speaker B:Maar ja, ik zou dan vooral pleiten dat je kwalificatie voor de Spelen dezelfde afstand moet zijn als je Olympische Spelen.
Speaker B:Maar goed, daar ga ik gelukkig niet over.
Speaker B:En ik denk dat ik wat losser nu naar de Hoesport en ook vooral naar die Spelen kijk.
Speaker B:Ik wil gewoon graag de allerbeste zijn, maar ik kan om dit soort dingen dan nu tegenwoordig wel wat makkelijker lachen.
Speaker A:Voordat jij in de boot stapte, wilden jouw grootouders jou graag enthousiast maken voor het roeien.
Speaker A:Hoe hebben zij jouw succes beleefd en ervaren?
Speaker B:Ik denk dat ze dat echt geweldig vonden.
Speaker B:Ik denk echt dat ze daar zoveel plezier uit haalden.
Speaker B:Op weg naar deze podcast toe zat ik er ook even over na te denken, want we zouden initial dit natuurlijk met mijn opa opnemen.
Speaker B:Maar ik weet vooral nog heel goed dat mijn opa, die was op een gegeven moment wat slecht met zijn heupen.
Speaker B:En hij heeft ervoor gezorgd dat er een soort stellage bij de Maas kon worden gebouwd, waar je je dan aan kon optrekken.
Speaker B:Dus als je zelf niet meer de boot uit kon, dan kon je een soort van jezelf optrekken.
Speaker B:En mijn oma kwam op een gegeven moment ook niet meer hoeien, maar wel nog koffie en thee drinken en koekjes.
Speaker B:En ik denk, achteraf gezien, dat dat zo speciaal is dat ik dan de boot uit kwam en dat mijn opa en oma op dezelfde locatie waren.
Speaker B:Dat dat natuurlijk echt iets heel unieks is.
Speaker B:Maar ik weet ook wel echt dat mijn opa echt mega trots is, want die vertelt nog steeds aan het zorgpersoneel dat ik wereldkampioen ben en dat ik zo goed kan hoeien.
Speaker B:Ondertussen denkt hij wel, wanneer stop je nou een keer met het roeien?
Speaker B:Moet ik ook wel zeggen.
Speaker B:Als ik dan weer zeg ik kom niet met de auto nieuw, want ik ben in het buitenland.
Speaker B:Dan denkt hij nou, moet dit nou?
Speaker B:Maar ja, ik denk dat ze daar heel veel plezier aan hebben gehad.
Speaker B:En zeker op het moment dat ze zelf niet meer konden roeien of die tripjes maken.
Speaker B:Dat ze dan voor de tv naar mij konden kijken.
Speaker B:Dat is denk ik wel heel bijzonder.
Speaker B:Ja, dus ik denk wel.
Speaker B:Ik hoop in ieder geval dat ze dat als leuk hebben ervaren.
Speaker A:Jeugd roeien bij de Maas is op dit moment populairder misschien wel dan ooit.
Speaker A:Wat wil je nog meegeven aan jonge roeiers met ambitie?
Speaker B:Hard trainen.
Speaker B:Dat is toch wel de key to succes, denk ik.
Speaker B:Talent is maar een klein onderdeel, denk ik, van het hele plaatje.
Speaker B:En ik denk eigenlijk dat je talent moet hebben om hard door te werken.
Speaker B:Dat dat echt het verschil kan maken, maar vooral ook heel veel plezier maken.
Speaker B:Ook wel gewoon serieus je uren maken, want dat is gewoon een gegeven voor succes.
Speaker B:Dus als je een x-aantal uren erin stopt, dan word je er misschien ook wel goed in.
Speaker B:Dus niet die vijf minuten er afraffelen aan het einde, maar gewoon je training helemaal doen zoals het moet.
Speaker B:En heel veel plezier maken.
Speaker B:Het is echt een cadeautje als je de roeisport mag leren kennen als jeugdroeier, want ik denk dat er heel veel jeugdroeiers uiteindelijk naar studentenroeiverenigingen gaan.
Speaker B:En ik denk dat dat echt wel iets unieks is.
Speaker B:Die jongens die in mijn tijd bij de Maas hard roeiden en toen naar Scali gingen, die roeien nu af en toe ook nog op zondag in de acht.
Speaker B:En ik denk dat ik over een x-aantal jaar misschien ook wel met vriendinnetjes naar Oud-Verlaten roei om daar een kopje koffie te drinken en dan weer terug roeien.
Speaker B:Dus ik denk dat dat echt iets heel kostbaars en waardevols is.
Speaker A:Wat is jouw gevoel bij de Maas?
Speaker B:Ja, echt wel een warm hart en thuiskomen.
Speaker B:En ik denk, de buitenwereld heeft de Maas soms een beetje een muur eromheen.
Speaker B:En wat zijn ze toch hoge pieven met hun enorm mooie sociëteit en hun zel en hun roeilocatie.
Speaker B:Maar ik denk dat het echt een veel warmer nest is dan dat men denkt.
Speaker B:Ja en ik vind het ook wel heel grappig dat tien jaar geleden of twaalf jaar geleden roeide ik bij de Maas en volgens mij zijn diezelfde roeiers die daar toen waren als oude lui, die zijn er nog steeds.
Speaker B:Dus ik denk ook dat je er niet meer weg kan komen.
Speaker B:En ik denk dat dat als vereniging heel knap is en dat geeft denk ik dat geborgenheid en het clubgevoel wel aan.
Speaker A:Erg mooi om te horen over jouw passie voor de roeisport.
Speaker A:Heel veel dank voor dit gesprek.
