Aflevering 6 - Met je gezin zeilen rond Kaap Hoorn. (met Aad en Hella Twigt, interviewer Erik Peekel en podcastmaker Rik Bouman)
In deze zesde aflevering van ‘Boegbeelden & Bliktrekkers’ staat de ultieme vrijheid van het zeezeilen centraal. Presentator Erik Peekel gaat in gesprek met zeezeilers Aad en Hella Twigt, die samen meer dan 200.000 zeemijlen aflegden en grote delen van de wereldzeeën bevoeren.
Van hun eerste reis in 1974 zonder moderne communicatie tot het ronden van Kaap Hoorn met hun jonge dochters aan boord. Een gesprek over de ultieme vrijheid van de zee, de noodzakelijke discipline aan boord en de bijzondere opvoeding van hun kinderen op de oceaan.
In deze aflevering hoor je over:
- De sprong in het diepe: Waarom Aad en Hella in 1974 alles achterlieten om met de Aldebaran de Atlantische Oceaan over te steken.
- Gezinsleven op de oceaan: Hoe Agnita en Alies opgroeiden als 'zeezigeuners' en de prestigieuze Daughters of Cape Horn Trophy wonnen.
- De psychologie van de lange reis: Wat is het geheim om jarenlang op een kleine oppervlakte de vrede te bewaren en stress te voorkomen?
Een inspirerende aflevering over zeezeilen, wereldreizen, oceaanzeilen, gezinsleven aan boord en de tijdloze aantrekkingskracht van de zee.
Podcastmaker Rik Bouman
The core of this podcast episode revolves around a compelling narrative of adventure, resilience, and the pursuit of freedom, as experienced by Aad and Hella Twicht, who have collectively navigated over 200,000 nautical miles. Their journey encompasses the crossing of oceans and the profound challenges faced while rounding Cape Horn with their young daughters aboard, a testament to their unwavering spirit and dedication to exploration. Throughout the conversation, we delve into their initial decision to abandon conventional life for the vast unknown of the seas, highlighting the pivotal moments that shaped their path and the reactions of those around them. The episode further explores the intricacies of family life on a sailboat, the lessons learned from both triumphs and tribulations, and the impact of their adventurous lifestyle on their daughters. Ultimately, their story serves as an inspiring reminder that the pursuit of one’s dreams, despite the inevitable uncertainties, can yield a life rich in experiences and profound connections.
Situated in the heart of Rotterdam, the Royal Rowing and Sailing Association de Maas stands as a venerable institution, bridging the city and its waterways for over 175 years. In this enlightening dialogue, I engage with Aad and Hella Twicht, two seasoned sailors who have traversed more than 200,000 nautical miles, including the formidable Cape Horn, while accompanied by their daughters. Their narratives not only recount epic voyages but also delve into the profound transformations that sailing has instigated in their lives, fundamentally altering their perspectives on freedom, adventure, and familial bonds. A poignant aspect of their sailing odyssey is the evolution of their family dynamics, particularly as they embarked on a second, more ambitious journey in 1986 with their children. This familial expedition not only entailed navigating treacherous waters but also necessitated a re-evaluation of their educational approaches, as Hella took on the mantle of educator amidst the vastness of the sea. The children grew up learning the value of teamwork and adaptability, a testament to the unique upbringing afforded by their maritime lifestyle. Through trials and triumphs, the Twichts' story encapsulates the essence of pursuing one's dreams, underscoring that the pursuit of adventure is often fraught with uncertainty yet immensely rewarding.
Takeaways:
- The Royal Rowing and Sailing Society de Maas, located in the heart of Rotterdam, serves as a remarkable symbol of the city's connection to water, enduring for 175 years.
- Aad and Hella Twicht have navigated over 200,000 nautical miles, demonstrating exceptional resilience and adventurous spirit with their daughters aboard diverse voyages.
- The decision to embark on a significant sailing journey arose from a desire for freedom and exploration, leading them to leave conventional life behind.
- Their initial voyage was fraught with challenges, including navigating without modern technology, highlighting the complexity of maritime adventures in the past.
- The couple's journey towards Cape Horn highlights their determination and the unpredictability of ocean travel, showcasing the interplay between preparation and spontaneity.
- The impact of climate change on their sailing experiences reflects a broader environmental concern, as they note changes in wind patterns and storm frequency over the decades.
Transcript
In het hart van Rotterdam, op een van de mooiste plekken van Nederland, ligt de Sociëteit van de Koninklijke Roei- en Zijlvereniging de Maas.
Speaker A:Al 175 jaar een icoon dat de stad en het water met elkaar verbindt en waar boegbeelden en bliktrekkers samenkomen.
Speaker A:Mijn naam is Erik Pekel en in deze aflevering ga ik in gesprek met Aad en Hella Twicht.
Speaker A:Zij zeilden meer dan 200.000 zeemeilen, staken oceanen over en ze hebben Kaaphoorn gerond met hun jonge dochters aan boord.
Speaker B: maart: Speaker B:Oude buurmeisje van hem tegen, lekker blond in, gelet, ze stonden al voor de klas.
Speaker B:Ik denk, hé, die heeft verstand.
Speaker B:Ja?
Speaker B:En ik denk, die wordt van mij.
Speaker B:Dus ik krop ernaast, ik zeg, ik ben zijn man.
Speaker B:Nou, het eerste wat ze zei...
Speaker B:Ik zal nooit met een zeeman trouwen.
Speaker B:Ik zei, ja maar, ik ben een pretzeeman.
Speaker C:Ja, je ging me overhalen.
Speaker B:Ik zeg, als jij voor mij kiest, krijg je een prachtleven.
Speaker B:Neem ik je altijd mee.
Speaker B:Nou, ondanks de eerste weigering, veertien dagen later woonden we samen.
Speaker B:Dus dat was vrij snel.
Speaker A:Vijf jaar later lieten jullie het burgerlijk bestaande achter je voor een lange zeereis samen.
Speaker A:Hoe ontstond dat plan voor die eerste zeereis?
Speaker B:Nou, omdat de barmijn altijd alleen gezeten heeft.
Speaker B:Zolang ik terug kan gaan in mijn geheugen.
Speaker B:Ik wilde maar twee dingen.
Speaker B:Zemen worden en de vrije wereld is heilig.
Speaker A:Ja, heel mooi is dat.
Speaker A:En jullie hebben hele grote avonturen beleefd ook samen.
Speaker A: Het eerste was in: Speaker A:Een zeilreis met Aldebaran, een scheepje van 7,8 meter.
Speaker A:Hela, wat bracht jullie er toe om op eigenlijk hele jonge leeftijd alles achter je te laten.
Speaker A:Hoe ging dat?
Speaker C:Nou ja, Aad, dat was dus de eerste avond al dat ik Aad ontmoette dat hij zei, dat wil ik.
Speaker C:Ik had toen nog nooit gezeild, maar hij had al een zeilboot.
Speaker C:En ik ben meteen meegegaan en ik vond het heerlijk.
Speaker C:Echt, dat was mijn leven.
Speaker C:Ik vond het zo leuk.
Speaker C:Dus dat verhaal dat hij de wereld in wilde zeilen, dat kende ik en dat wilde ik ook.
Speaker C:Ik dacht, dat wil ik.
Speaker C:En zo zat ze eigenlijk.
Speaker C:We hebben allebei onze banen toen opgezegd en de boot klaargemaakt.
Speaker C:En we gaan er gewoon voor en we zien wel wat er gebeurt.
Speaker A:Het klinkt eigenlijk best heel makkelijk en ook heel vrij.
Speaker A:Hadden jullie dan helemaal geen twijfels op dat moment?
Speaker C:Nee.
Speaker C:Nou, jij met je ontslag ben ik me wel...
Speaker C:Ik had niet zo'n moeite met dat ontslag, maar Aad wel.
Speaker C:Ik stond voor de klas en ik dacht, ik kan altijd weer voor de klas komen.
Speaker C:Dus niet zo'n probleem.
Speaker C:Maar Aad had er wel moeite mee.
Speaker B:Ja, ik had er wel moeite mee.
Speaker B:Dus ik voer toen bij de Netloid als tweede stuurman.
Speaker B:Vooruitzichten waren prima.
Speaker B:Ik had inmiddels meneer Strang grote ondervaart gehaald.
Speaker B:Mocht als kapitein varen op de grote vaart, dat snijdt dan door.
Speaker B:Maar ja, wij mannen zijn meestal voor de dertigste in het maatschappelijke en financiële pak genaaid.
Speaker B:En dan moet je gewoon door blijven sukkelen totdat je tussen de tijd van 65 gedag kan zeggen tegen een werkgever.
Speaker A:Dat doet iedereen.
Speaker A:Maar jullie deden het anders.
Speaker A:En hoe reageerde de omgeving erop op dat plan?
Speaker B:Nou, niet zo enthousiast.
Speaker B:Mijn vader heeft geprobeerd om Hela om te praten, met allerlei beloftes te doen enzovoort.
Speaker B:Maar ja, nadat hij dus dat een paar dagen geprobeerd had, zei hij tegen moeder, dat kind is nog gekker dan die gozer van ons.
Speaker B:Dus wij zijn gegaan.
Speaker A:Heel mooi.
Speaker A:Heller, kun je ons meenemen naar die eerste reis?
Speaker A:Want jullie vertrokken en eigenlijk in de eerste weken werd je al bijna twee keer overvaren.
Speaker A:Hoe ging dat?
Speaker C:We hadden natuurlijk eigenlijk de apparatuur die je nu allemaal hebt, die had je niet.
Speaker C:En we hadden ook nog geen zelfstuur, dus je moest sturen, je moest je positie berekenen.
Speaker C:Het was allemaal...
Speaker C:We hadden niet echt een snelschip, het was allemaal een beetje...
Speaker C:Houtje-touwtje?
Speaker C:Ja, misschien wel.
Speaker C:Het hing er gewoon.
Speaker C:Onze ouders die waren wel boos eigenlijk.
Speaker B:Ja, die waren goed boos.
Speaker B:Wij zijn op geen enkele reis uitgezaaid en alleen na de wereldreis zijn we toen een keer ontvangen.
Speaker B:Maar we zijn nooit uitgezaaid en nooit met een feest thuisgekomen.
Speaker A:Ja, dus jullie hadden geen vast plan nog.
Speaker A:Uiteindelijk gingen jullie naar de Carib, maar daarvoor viel ook nog de motor uit na Mallorca.
Speaker B:Ja.
Speaker B: e was gedurende de winter van: Speaker B:En die deed het weer.
Speaker B:Prachtig.
Speaker B:We zijn toen zeilend en af en toe op de motor terechtgekomen in het Kanaal de Midi, via de Kanaaleilanden.
Speaker B:We kwamen in de Middellandse Zee terecht.
Speaker B:Nou, dat was natuurlijk fantastisch.
Speaker B:San Tropey, Minorca.
Speaker B:Daar lagen we met de achtertrossen in de kroeg gemeerd.
Speaker B:En dan kon ik zo vanuit de Kuip een biertje bestellen.
Speaker B:Ja, dat was een schimmelsroom.
Speaker B:Mooi blond meisje op het voordek.
Speaker B:Van Minorca naar Mallorca ging die motor weer aan doen.
Speaker B:En die zei, tie de aapjes, verder zelf maar.
Speaker B:Nou, toen zijn we op de zeiltjes tussen Mallorca binnengelopen.
Speaker B: me niet voorstellen, maar in: Speaker B:Als je dus vanuit Spanje naar huis wilde bellen, stond je uren in de rij in een telefooncel.
Speaker B:Je had PC-tas, je had traveller-checks.
Speaker B:Geld dat zat volledig anders in elkaar dan vandaag aan de dag.
Speaker B:Ja, dan moet je op zoek gaan naar een reparateur van zo'n motor.
Speaker B:Ja, nou, er was dus een Hollander, was zogenaamd de vertegenwoordiger van het machine dat wij erin hadden staan.
Speaker B:Wij waren vreselijk gelukkig, want onze problemen zouden opgelost worden.
Speaker B:Nou, wij feteerden die man met wijn.
Speaker B:Nou, dat bleek dus een grote oplichter te zijn.
Speaker B:Dat was dus de les dat je niet iedere Hollander in het buitenland moet vertrouwen.
Speaker B:Ja, maar al met al hadden we zes weken, hebben we daar het Paseo Maritimo gelegen.
Speaker B:Ik iedere dag in de waaienbar, in de kroeg, tegenover onze boot.
Speaker B:Vreselijk gezellig.
Speaker B:Ik was zelfs in staat om die kroeg over te nemen.
Speaker B:Kijk, dan blijf ik hier.
Speaker C:Ik zeg, nou, dit gaat helemaal fout.
Speaker C:Dat wil ik niet.
Speaker C:Ik wil zeilen.
Speaker C:En toen zei ik op een gegeven moment, nou, Aad, we hebben een zeilboot.
Speaker C:Laat die motor.
Speaker C:We gaan nog wachten en wachten.
Speaker C:Het lost niks op.
Speaker C:We gaan gewoon weg.
Speaker C:We gaan gewoon zeilen.
Speaker C:We gaan weg.
Speaker C:We gaan die kust langs en we zien wel waar we komen, maar hup, weg hier.
Speaker A:En zonder motor gingen jullie ook verder?
Speaker B:Ja, maar ja, zo'n bootje is nog geen 8 meter.
Speaker B:We hadden een roederiem aan het dek leggen, daar kon ik mee wrikken.
Speaker B:We hadden een hele lange werplein, daar kon ik aan de wal gooien voor de laatste meters, om dat bootje vast te knopen.
Speaker B:En we hadden het kan.
Speaker B:Dus toen de helftje zei van, joh, we hebben toch een zeilboot?
Speaker B:Het was even slikken, ik werd dus geen kroelbaas, maar we denken verder.
Speaker B:We hebben een fantastische reis gehad.
Speaker A:Ja, zonder motor gingen jullie de Atlantische Oceaan oversteken, 26 dagen naar Barbados.
Speaker A:Hoe heb je dat ervaren, voor de eerste keer zo lang met alleen maar water om je heen?
Speaker C:Ik had natuurlijk al met Aad meegevaren, ook op de grote vaart.
Speaker C:Dus die lange reizen op de bulk carrier en de tanker, daar was ik ook al over de oceaan gegaan.
Speaker B:Je moet je indenken en dat kunnen mensen op het moment heel slecht indenken, maar we hadden aan boord geen elektriciteit.
Speaker B:We hadden geen warm en koud stromend water.
Speaker B:Vier jerrycans met water van 25 liter, dat was voor de overstek.
Speaker B:Maar we waren natuurlijk al van Mallorca, waren we naar Ibiza gezeild, we waren naar Cartagena gezeild, we hebben al die haventjes afgezeild op de zuidkust van Spanje en toen waren we op een gegeven moment in Gibraltar.
Speaker B:God jongens, wat gaan we nou doen?
Speaker B:Zeilen we dus terug naar Nederland, want we hebben dus toch wel een probleem in die machinekamer.
Speaker B:Gibraltar is een ...punt, daar gaan de mensen doosje aan over.
Speaker A:Ja, vanwege de stroming.
Speaker B:Vanwege de stroming, en dat was toen de tijd nog niet zoveel.
Speaker B:We kwamen nog op een Nederlands vrachtschip terecht...
Speaker B:...Die kapitein die had prachtige verhalen over de Kriebik...
Speaker B:...Had die gevaren, had de kennis gezeten...
Speaker B:...Ik zeg sluit maar op, wie zijn dat?
Speaker B:Kan best zijn dat we ze gaan opzoeken.
Speaker B:En toen zijn we dus van Gibraltar naar de Canarische eilanden gezeild.
Speaker C:We hadden ook nog geen zelfstuur erop, die hadden we wel tweedans gekocht ergens, maar die werkte niet.
Speaker C:En Aad zei steeds, ja, dat komt al in orde, dat kan ik wel fixen.
Speaker C:Maar we moesten dus die week, was het geloof ik, toch wel alles, slecht weer en sturen constant.
Speaker C:Het was een zware tocht.
Speaker B:Ja, in Mallorca had ik dus een tweedans Hassler gekocht, zelfstuur inrichting.
Speaker B:Prachtig hoe dat had werkt.
Speaker B:Alleen er miste een dingetje tussen het zilverroertje en de windvaan.
Speaker B:Een verbindingsstukje.
Speaker B:Dus hij deed het niet.
Speaker B:Maar alleen het feit dat hij dus op de achterspiegel hing, was voor Helda voldoende.
Speaker B:En ze had voldoende vertrouwen dat dat ding in orde zou komen.
Speaker B:De volgende avond.
Speaker B:Ja, Aad, wanneer denk je dat ding te gaan maken?
Speaker B:Ik zei nou de volgende avond.
Speaker B:Dan komt het wel voor elkaar.
Speaker B:We waren in Gibraltar.
Speaker B:Ik zeg, joh, als we nou op de Canaries zijn, ga ik dat ding maken.
Speaker B:Maar ja, tussen Gibraltar en de Canaries, dat is zo'n zes, zevenhonderd mijl.
Speaker B:Dus dan ben je het niet binnen een paar uur.
Speaker B:Dat duurt wel eventjes.
Speaker B:Zeker als je hooguit vier, vijf mijltjes loopt.
Speaker B:Soms drie, soms twee, soms één, soms hij of haar uit.
Speaker B:Dus dat was met de hand sturen.
Speaker B:Eerst deden we drie op, drie af.
Speaker B:Maar na drie uur was je zo koud, dan ben je niet meer wakker.
Speaker B:Toen werd er twee op, twee af.
Speaker B:En in slecht weer deden we een uur op en een uur af.
Speaker B:En verdomme.
Speaker B:Na een kleine week kwamen er kranken naar in zicht.
Speaker B:Dus dat was feest.
Speaker B:Maar wel over vermoeid.
Speaker A:Toen moest die Atlantische Oversteek nog beginnen.
Speaker A:Maar toen hadden jullie inmiddels natuurlijk wel samen, waren jullie zo op elkaar ingespield geraakt, denk ik, onder die barre omstandigheden.
Speaker A:Kwam daar ook dat vertrouwen vandaan dat je dacht, nou nu kunnen we alles aan?
Speaker C:Ja, en we hadden goed gestoord, eten ingeslagen, de boot zo goed klaargemaakt dat we konden betrekken op een gegeven moment.
Speaker C:En de een naar de ander ging al weg.
Speaker C:Er waren toen niet zoveel boten de tijd.
Speaker C:En toen kregen we het al een beetje.
Speaker C:O jeetje, daar moeten we ook heen.
Speaker C:Dan word je toch al een beetje gespannen.
Speaker C:En uiteindelijk dan ook de knoop doorgehakt.
Speaker C:We gaan.
Speaker C:En die zelfstuur heb je gemaakt.
Speaker C:Nou ja, nog een klein dingetje, dat komt goed.
Speaker C:Je zou het toch maken?
Speaker C:Ik zei ja, ik ga niet sturen!
Speaker A:GELACH.
Speaker B:Ja, ik zeg het is jouw wachtwijfje.
Speaker B:Ze zei dat ik het niet van haar neem, maar dat ik toch altijd weer in Barbados zou zijn.
Speaker B:Toen had ik dus een probleem.
Speaker C:Toen ging hij toch naar zijn gereedschap.
Speaker B:Hier heb ik een pinnetje van een servo-roer.
Speaker B:En hier heb ik een pinnetje van de windfaan.
Speaker B:En dat moet met elkaar verbonden worden.
Speaker B:Hoe moeilijk kan het zijn?
Speaker B:Toen heb ik een zegger geschreven en heb ik nog geen half uur gewerkt.
Speaker B:Ik denk, als ik een klein span-schroefje neem...
Speaker B:En ik maak het dat het over dat pinnetje heen past op het servo-roer...
Speaker B:En de andere kant van dat span-schroefje verbind ik met de windfaan...
Speaker B:Nou.
Speaker C:Ja, dat is dus gelukt.
Speaker B:En daarna hebben we nooit meer gestuurd.
Speaker C:Het was zo voor elkaar.
Speaker B:Het is dat hele sturen van Gibraltar naar de Canarische eilanden.
Speaker B:Op de zuidkust van...
Speaker B:Ja, ja.
Speaker A:Maak je ze maar wat eerder aan, hè.
Speaker C:Ja, precies.
Speaker B:En vervolgens krijg je dan...
Speaker B:Ja, dan zit je op de zuidkust van Gran Canaria.
Speaker B:En dan wordt dat eiland kleiner.
Speaker B:Dan denk je, ja, Jezus.
Speaker B:Stel dat ik een blindedarm ontsteen kan.
Speaker B:En als hypochonder ga je daar zo'n blindedarmontsteking al gelijk voelen.
Speaker B:Ik denk, ja, dat is niet de bedoeling.
Speaker C:Misschien toch al verstanden, laten we maar terug gaan.
Speaker C:We zijn nog weer omgekeerd en weer terug.
Speaker A:En toen heb jij op hem ingepraat?
Speaker B:Nee.
Speaker C:We zijn aan het varen en toen zaten we elkaar weer aan te kijken.
Speaker C:Ja, waarom zouden we het eigenlijk niet doen, weet je?
Speaker C:Natuurlijk kan het wel.
Speaker C:Wij weer omgekeerd, dus hup, weer richting Barbados.
Speaker B:Nou, terwijl we denken, joh, die ouders, hè.
Speaker B:We hebben alle twee onze ouders nog, hè.
Speaker B:En wat doen we die mensen aan?
Speaker B:Moet jij eens indenken?
Speaker B:Dat je tussen de oceanen drijft.
Speaker A:Nul communicatie in die tijden.
Speaker B:Nul, niks, niks.
Speaker C:Dat is waar.
Speaker B:Niets hè.
Speaker B:En je zit minimaal vier weken op zee.
Speaker B:Stel dat er wat met die elders gebeurt, dan kom je daarna pas achter.
Speaker B:Die ouders die maken zich vreselijk ongerust.
Speaker B:Moet je eens indenken dat jouw kinderen dus op twintigjarige leeftijd zeggen, nou doch pa, we gaan even een stukje zeilen.
Speaker B:Dat kunnen we eigenlijk onze ouders niet aandoen.
Speaker C:Dus we zijn weer omgedraaid.
Speaker B:Ja, voor de tweede keer zijn we weer omgedraaid.
Speaker B:Weer terug.
Speaker B:We zijn drie keer omgedraaid.
Speaker B:En de derde keer hebben we gezegd, joh.
Speaker C:We zeggen even niks tegen elkaar, laten die boot maar gaan.
Speaker C:We zeggen niets meer.
Speaker C:We gaan.
Speaker C:Nou ja, toen waren we al zover eigenlijk dat...
Speaker B:Toen zaten we in de Passaat.
Speaker B:Toen konden we geen eens meer terug.
Speaker B:Had never ever gelukt.
Speaker B:Want tegen windkracht 5, 6, 7 kan je niet inzeilen met dat bootje.
Speaker B:Kom je er niet.
Speaker A:26 Dagen waren jullie op Barbados en later zijn jullie weer teruggevaren.
Speaker A:34 Dagen langs de Azoren ook.
Speaker A:Kijk, jullie hebben gekozen voor die vrijheid.
Speaker A:Maar voor je het weet strand je dan ook met je eigen waaierbar en loopt het allemaal heel anders.
Speaker A:Hoe ga je om met die vrijheid onderweg?
Speaker A:Met al die verleidingen, maar ook met tegenslagen.
Speaker A:Hoe hou je dan de discipline vast?
Speaker A:Hoe zorg je dat je een beetje op koers blijft?
Speaker B:Nou, het is natuurlijk wel zo.
Speaker B:Kijk, zeker in die jaren.
Speaker B:In de jaren zeventig was dat zeilen nog niet zo wijdverbreid.
Speaker B:Er gingen die zeilen, dat waren allemaal van die soort zeesirenes.
Speaker B:En die leefden dus wel min of meer van sundowner tot sundowner.
Speaker A:Je bleef overal plakken.
Speaker B:Ja, ik bleef overal plakken.
Speaker C:En ik raak ook een beetje soort aan lage wal van nou, laat opstaan en om in de middag alweer lekker een borreltje of een biertje en laat maar waaien alles.
Speaker C:En wij zaten toch wel een beetje anders in elkaar.
Speaker C:Wij hadden toch wel een soort plan.
Speaker C:Ja, wij stonden altijd vroeg op en hadden toch wel iets te doen.
Speaker B:Discipline proberen te werken overal.
Speaker B:Nou, dat lukt voor geen kanten.
Speaker A:Nee, want dat is natuurlijk de grootste twijfel, denk ik, die veel mensen tegenhoudt om hun dromen na te jagen, is toch dat financiële plaatje.
Speaker B:Ja, nou kijk, vrijheid valt en staat met een stukje financiële onafhankelijkheid.
Speaker B:We hadden gespaard.
Speaker C:Wij hadden gewoon gespaard.
Speaker B:Wij hadden gespaard.
Speaker C:Dat plan natuurlijk al hadden.
Speaker A:In plaats van een huis, wat veel mensen kopen, kochten jullie dit kleine bootje en de vrijheid.
Speaker B:En de vrijheid.
Speaker B:En ja, ik heb geprobeerd om misschien schepen over te varen.
Speaker B:We gingen van touwwerk, gingen we matjes maken.
Speaker B:Toen bleek dus dat het zo'n mat in de winkel goedkoper lag als wat wij uitgaven aan de touw.
Speaker B:Ja, dus dat was ook niet te doen.
Speaker B:Toen was er nog een ander plan.
Speaker B:Toen had je nog bijvoorbeeld op de Spaanse zuidkust, had je dus van Molga naar Portobernuz was net open gegaan en naar Gibraltar.
Speaker B:In Gibraltar was de grens nog gesloten en er waren een hoop Spaanse families in Gibraltar.
Speaker B:Je kon je mens overgevaren tussen Portobernuz en Gibraltar en weer terug.
Speaker B:Dat was ook een verdienmodel.
Speaker B:Daar zijn we toch ook maar vanaf gestapt, want dat leverde dus te weinig zooien aan de dijk.
Speaker B:Wat gaan we doen om die poortkast bij te vullen?
Speaker B:En dat is eigenlijk lokaal werken, is dat eigenlijk nooit echt gelukt.
Speaker C:Nee, en de mensen die dat deden, dan verdien je toch te weinig eigenlijk.
Speaker C:Om, dat je er misschien net van moet staan, maar niet om weer een buffer op te bouwen om weer verder te kunnen.
Speaker C:Daarom blijven ze ook allemaal hangen ergens.
Speaker C:We zijn dan terug naar Nederland en gaan we iets verzinnen dat er gewoon geld in komt terwijl je ook aan het zeilen bent.
Speaker B:Ja, nou het was eigenlijk zo.
Speaker B:We lagen op een gegeven moment in de grenndiensten.
Speaker B: Dat was maand: Speaker B:Het was een barretje.
Speaker B:We nemen maar als ontbijt een green egg, noemden ze dat, oftewel een Heineken.
Speaker B:11 Maart.
Speaker B:Ik zeg, lieverd, het is jouw verjaardag.
Speaker B:We hebben het dus redelijk gevierd.
Speaker B:Behoorlijk.
Speaker B:Slachts om twee uur werden we die kroeg uitgesmeten.
Speaker B:En we vielen op het strand in slaap.
Speaker B:Ze was 26 geworden.
Speaker B:Ja, ik zei, dat is vrij oud, ja.
Speaker B:En ik zou haar graag een kindje willen.
Speaker B:Ik zei, ja.
Speaker B:Dat zou ik ook best wel willen.
Speaker B:Dat is geen...
Speaker B:Ja?
Speaker B:Ik zei maar, lieverd, we hebben dus overal een klein beetje te veel feestgevierd.
Speaker B:Ons pensioenpotje is aardig leeg aan het raken en dat lukt niet met wat we nog op het moment hebben.
Speaker B:En dat bootje wat daar verankerd ligt.
Speaker B:Ik zeg, dat is te klein om een gezin te stichten.
Speaker A:Maar ook daardoor lieten jullie niet weer houden?
Speaker B:Nee.
Speaker B:Maar, toen zei ik, joh, weet je wat we doen?
Speaker B:Ja, als je dat nou allemaal zo wilt, je wilt een grotere boot, je wilt dit leven niet verlaten, dan zijn we terug naar Nederland en dan gaan we opnieuw beginnen.
Speaker B:En dat hebben we gedaan.
Speaker A:Jullie kregen twee leuke dochters, Agnita en Alice.
Speaker A:En na die eerste grote reis met de Aldebaran maakten jullie nog een grote reis.
Speaker A: n aan een grote wereldreis in: Speaker A:Als gezin is dat natuurlijk heel anders.
Speaker A:Helen, hoe ging dat met z'n vieren aan boord?
Speaker C:Allereerst natuurlijk over de familie gesproken of die het allemaal met onze levenswijze eens waren.
Speaker C:Toen dachten ze op een gegeven moment, nou, ze krijgen kinderen, dan stoppen ze wel.
Speaker C:Nou, dat deden we niet.
Speaker C:We gingen nog weer zeilen.
Speaker C:Toen dachten ze, nou, als die kinderen naar school moeten, dan zullen ze wel stoppen.
Speaker C:Dat deden we ook niet, want ik dacht, ik ga ze zelf lesgeven.
Speaker C:Dus we zijn gewoon blijven zeilen met de kinderen.
Speaker C:Ze waren al klein toen ze aan boord kwamen.
Speaker C:Zeg maar gewoon vanaf baby, zal ik maar zeggen.
Speaker C:Dus eigenlijk kenden ze geen andere wereld.
Speaker C:Af en toe gingen ze wel naar school, als we in Nederland waren, gingen ze wel een paar weken naar een school.
Speaker C:Maar niet echt een vast ritueel.
Speaker C:En wat dat betreft denk ik dat het makkelijker is, omdat ze al van kleinst af aan dat leven gewend waren.
Speaker A:En wat vond jij het mooiste aan het gezinsleven op zee?
Speaker C:Ja, alles met z'n vieren doen.
Speaker C:Gewoon dat je één bent en dat je een team bent.
Speaker A:En wat vond je het moeilijkste aan het gezinsleven op zee?
Speaker C:Nou, het moeilijkste?
Speaker C:Ja, als je slecht weer hebt natuurlijk.
Speaker C:En ja, als je denkt dat kinderen wat hebben aan pijn of wat dan ook.
Speaker C:Dat je daar geen dokter bij de hand hebt en waar je raad kan vragen.
Speaker C:Dat zijn misschien wel de moeilijke dingen.
Speaker C:Afscheid nemen is altijd moeilijk.
Speaker C:Kinderen hadden het altijd overal naar de zin.
Speaker C:Overal vriendjes meteen.
Speaker C:Ze renden overal op af.
Speaker C:Ze zijn niet bang.
Speaker C:En ja, dan moet je weer weg.
Speaker C:Afscheid nemen, dat is het nadeel.
Speaker A:En als je onderweg bent, heb je toch best beperkt de ruimte ook om te spelen, kan ik me voorstellen.
Speaker A:Hoe hebben jullie dat gedaan?
Speaker C:Knutselen en jezelf bezighouden, zo hebben wij altijd geleefd.
Speaker C:Dus die kinderen weten niet anders.
Speaker C:Ze zullen zich ook nooit vervelen, want ze hebben altijd wat te doen.
Speaker C:Ze kunnen van het gekste dingetjes, van knijpers en een toek over de tafel.
Speaker C:De ene keer was het onder die tafel een bureau.
Speaker C:En dan was het weer een school en dan weer een ziekenhuis.
Speaker C:En dan richten ze ze zo in.
Speaker C:Ze waren altijd wel bezig.
Speaker B:Daar zitten we tussen de eerste boot en de tweede boot.
Speaker B: In: Speaker A:Dat was al die Aldebaran, dat kleine bootje?
Speaker B:Dat kleine bootje.
Speaker B:Onmiddellijk zijn we gelijk gaan werken.
Speaker B:We hadden dus een plan.
Speaker B:Dat zouden we gaan uitvoeren, maar dan kom je dus in deze samenleving.
Speaker B:Dan ben je ergens achter in de twintig.
Speaker B:Nou, dat kindje maken dat lukte.
Speaker B:Dus in de zessenzeventig kwam onze eerste dochter ter wereld, Agnita.
Speaker B:Vervolgens raak je dus ook maatschappelijk een beetje ingekapseld.
Speaker B:We hebben toen nog eens een keer een huis gekocht ook, daar raak je ook financieel.
Speaker B:Dat was niet helemaal, dat konden we niet in één keer betalen.
Speaker B:Daar raak je ook financieel een beetje.
Speaker B:Dus eigenlijk...
Speaker A:Gevangen?
Speaker B:Voordat je het weet, zit je in dat keurslijf.
Speaker B:Ik kon loods worden op de Waterweg.
Speaker B:Nou, fantastische baan.
Speaker B: nog aangenomen en ik moest in: Speaker B:En dan komt zo'n datum dichterbij en dan liggen die plannen die we hadden dus op dat strandje in Palm Island.
Speaker B:Die raken volledig uit zicht en ik werd zagrijdig.
Speaker B:Zal mijn toch niet overkomen, joh?
Speaker B:En toen zei Ghella op de volgrijp van dat ik zou moeten gaan, ben je neergegaan.
Speaker B:Joh, Aad.
Speaker C:Dat gaan we niet doen.
Speaker A:Daar word je ongelukkig van.
Speaker C:We blijven gewoon ons leven leiden wat we wilden en wat we willen.
Speaker C:En we doen niets wat misschien hoort ofzo.
Speaker B:Kijk, en dan zeg ik van joh, het hele leven bestaat natuurlijk uit keuzes en compromissen.
Speaker A:Maar als je daar nou op terugblikt, zijn jullie heel dankbaar en blij dat je deze stappen hebt gezet?
Speaker C:Ja, absoluut.
Speaker A:Hoe kijken jullie dochters terug op die grote reis?
Speaker C:Die zijn heel blij en dankbaar voor de jeugd die ze hebben gehad.
Speaker C:Dat zeggen ze nu allebei.
Speaker C:Dat ze een leuke jeugd hebben gehad.
Speaker C:Veel hebben we meegemaakt natuurlijk ook.
Speaker C:Ze hebben ook op vrachtschepen meegevaren.
Speaker C:Natuurlijk met de zeilboot rondgevaren.
Speaker C:We kwamen ieder jaar wel een paar keer naar Nederland toe om de familie te zien.
Speaker C:We vlogen er gewoon over.
Speaker A:Wat deden jullie onderweg in de situatie van ruzie of stress om elkaar vast te houden?
Speaker C:Ja, het gekke is dat als je op zo'n bootje zit, heb je minder ruzie met elkaar dan als je aan de wal staat.
Speaker A:Je bent gewoon bezig.
Speaker B:Nou, de meeste ruzies, als ik samen met Helletje ben...
Speaker B:Ja, je hebt weleens een keer horen en ze denkt weleens een keer anders dan ik.
Speaker B:Want dan het bij mij verkeerd valt soms, ja.
Speaker B:Maar de meeste ruzies komen van buitenaf.
Speaker B:En als je op zee bent, heb je geen eenvoudig van buitenaf.
Speaker B:Je draait je wachtje, je leest per dag een boek.
Speaker B:Heb maar je zin, denk ik.
Speaker B:Dat je dus per dag een boek kan lezen.
Speaker B:Een oversteek van 14 dagen, daar hebben we 14 boeken mee.
Speaker A:Het droom voor veel mensen, voor menig zeiler sowieso natuurlijk.
Speaker A:En jullie hebben ook op die reis kaaphoorn.
Speaker A:En dat was ook best met heel zwaar weer.
Speaker A:Hoe ging dat?
Speaker B:Ja, dan weet je dat als je bij kaaphoorn kwam, daarvoor had ik nog haar.
Speaker B:En nu zit ik kaal.
Speaker B:Ja, dan varen de haren van je kop af.
Speaker B:Maar goed.
Speaker C:Weet je, je accepteert gewoon, je weet dat je een bepaald gebied ingaat.
Speaker C:Je weet dat het slecht kan zijn en dan bereid je je op voor.
Speaker C:En dat geeft mij ook weer adrenaline om er gewoon tegenaan te gaan.
Speaker C:En ja, op een of andere manier accepteert en ga je er voor.
Speaker A:Jullie werden op dat moment echt opgepakt door een grote golf?
Speaker B:Ja, daar kan je niet in, denk ik.
Speaker B:Dat was trouwens met de derde boter, met de huidige Helene Christina.
Speaker B:Die is 14 meter.
Speaker B:Maar dan word je opgepakt op donderdag en zomer, een paar meter naar beneden van z'n golftop.
Speaker B:Dan denk je nou, als die poorten dat maar houden, als die betrouwspoorten maar niet in slaan.
Speaker B:Maar goed, dat is niet gebeurd.
Speaker A:En met z'n jonge dochters aan boord.
Speaker B:Ja, maar die deden dan ook gewoon mee.
Speaker C:Maar die waren zo lief ook altijd.
Speaker C:Als wij dan...
Speaker C:Bij Kaaphoorn ga je dan achter een eilandje voor anker.
Speaker C:En wij waren moe.
Speaker C:En alles was omgevallen.
Speaker C:Er was een puinhoop in die boot.
Speaker C:En dan gaan wij slapen.
Speaker C:Wij gaan slapen.
Speaker C:En die kinderen, die hadden wel eens tijd om op te staan.
Speaker C:Nou ja, later worden wij wakker.
Speaker C:Hebben ze alles opgeruimd.
Speaker C:En een ontbijtje klaargemaakt.
Speaker C:Dat is gewoon hartstikke lief.
Speaker C:Maar die weten gewoon, we moeten elkaar helpen.
Speaker C:We moeten elkaar sterk maken.
Speaker C:En dat deden zij gewoon helemaal ermee.
Speaker C:Soms als het s'nachts slecht weer was.
Speaker C:En dan waren we aan het dek bezig.
Speaker C:En dan kwamen zij ook met de kopjes naar buiten.
Speaker C:We hadden ook kleertjes aangetrokken.
Speaker C:En dan zeiden ze, oh we gaan ook helpen.
Speaker C:En dan gingen ze ook helpen.
Speaker A:Er waren Engelse zeilers.
Speaker A:En die gaven jullie dochters de Daughters of Cape Horn Trophy.
Speaker A:Wat betekende dat?
Speaker B:Ze komen in Oeswaaien aan, later in Porto-Williams.
Speaker B:En er lagen tussen nog een ander bootje, Engels Jacht, oudere gezin.
Speaker B:En die hadden ook motorpech.
Speaker B:Dus die konden niet het Burenkanaal uitzeilen.
Speaker B:Het ravijzer gesleept richting Kaaphoren.
Speaker B:Buiten stond de welwind, toen konden we weer zeilen.
Speaker B:Toen waren we dus weer terug.
Speaker B:Rond Kaaphoorn, achter Kaaphoorn langs, volgens de leider, anker erin, en vieren dat we tussen rond Kaaphoorn gezeild waren.
Speaker B:Gingen we feestvieren en toen kregen die kinderen van die Engelsen de Daughters of Cape Horn Trophy.
Speaker B:Het was zo'n klein dingetje.
Speaker B:Ja, het had wel indruk gehad ja.
Speaker B:Ja, ja, ja.
Speaker B:Ja, dat had indruk gemaakt.
Speaker B: rhaal, kijk, wij waren dus in: Speaker B:Nederlandse Belg en die had op de Williwaan net de wereld rondgezeild.
Speaker B:Dat hebben we dus gevierd op de Azoren.
Speaker A:Dat was nog op jullie eerste grote reis samen?
Speaker B:Altijd.
Speaker B:Sinds die tijd bleef dat bij ons knagen.
Speaker B:Van joe, daar moeten wij ook rond.
Speaker B:Dus dat Patagonië, daar willen we dus heen.
Speaker B:Daar was Willi helemaal weg van.
Speaker B:De tweede boot, dat was dus een soort platbodem, daar hebben we zes en een half jaar mee rondgezeild.
Speaker B:Eerst in de Middellandse Zee, later twee jaar in de Karibik.
Speaker B:En daar wilden we eigenlijk de wereld mee rondzeilen.
Speaker B:Maar bij ons komen beslissingen ad hoc.
Speaker B:Wij denken nooit Want anders gebeurt er nooit wat.
Speaker B:Als je zo lang over dingen na moet denken, gebeurt er nooit wat.
Speaker B:We waren van plan om met dat bootje de wereld rond te zeilen.
Speaker B:Ik zou nog even goed onderhanden nemen dat we met een mooie boot naar de Pacific konden.
Speaker B:We zijn op Martinique.
Speaker B:En ik was dus aan het werk, bloedverziekend heet, met een slijptol.
Speaker B:De bodem kaal maken om weer in te verder...
Speaker B:Toen lag ik ineens en dacht ik, joh, je hebt dat ding gekocht in Engeland.
Speaker B: We hadden hem gekocht in: Speaker B: Eind: Speaker B:We zijn dus naar Nederland gekomen.
Speaker B:We zijn toen dwars door Frankrijk naar de Middellandse Zee gegaan.
Speaker B:En overal waar ik kwam...
Speaker B:Had ik wel wat aan die boot.
Speaker B:Ja.
Speaker B:Overal, ja.
Speaker A:Dat hoorde ik niet.
Speaker B:Iedereen kende mij in een ketelbak aan die boot werkend.
Speaker B:En toen dacht ik, nou leg ik er dus op Martinique.
Speaker B:In plaats van genieten, ben ik weer met die boot bezig.
Speaker B:Ik word slaaf van die boot.
Speaker B:En tien uur is normaal koffertijd.
Speaker B:Ik zeg, daar is de koffertijd, ik zeg hella, ik geef over.
Speaker B:Ik kan die boot niet meer bijhouden.
Speaker B:Ze zeiden, wat wil je dan?
Speaker B:Ik zei, we zijn er terug in Nederland, laten we een nieuwe boot bouwen.
Speaker A:En dat wordt de tweede Helena Christina, waarmee jullie de wereldreis hebben gemaakt?
Speaker B:Dat is de Helena Christina.
Speaker B:Ja, en toen zeiden we, joe, en dan gaan we, als we die gebouwd hebben, gaan we in plaats van door het Panama Kanaal, gaan we rond Kaaphoren.
Speaker A:Juist.
Speaker A:Helena Christina is ook jouw doopnaam toch Helen?
Speaker C:Ja.
Speaker A:Ja, heel mooi.
Speaker C:Ja, het vond dat mooi om dat zo te doen.
Speaker A:Ja, en die wereldreis, u zijn vier jaar onderweg geweest.
Speaker A:Wanneer was nou het moment dat je dacht, nou moeten we weer terug naar Nederland?
Speaker C:Ja, maar we wilden het er drie jaar over doen.
Speaker C:Dat was het plan, want er zou Agnita, die zou dan twaalf zijn als we in Nederland zijn.
Speaker C:En dan kwam ze naar de middelbare school.
Speaker C:Toen lagen we op Fiji en toen...
Speaker C:Nou, dat was dan de moment van, nou, dan moeten we nu door, want dan kunnen we het nog halen.
Speaker B:En dan hadden we er geen zin in.
Speaker B:En dan we er hadden geen zin in.
Speaker C:En we waren daar zo naar ons in.
Speaker C:En het was zo leuk zeilen ook daar.
Speaker C:En we dachten, ja, dan moeten we ineens gaan rusten, rennen en opgeven dit leven.
Speaker C:Maar we blijven gewoon nog een jaar langer.
Speaker B:Ja.
Speaker A:Jij bent natuurlijk docent, dus onderweg heb je ze altijd lesgegeven?
Speaker C:Ik heb haar geloofd die eerste klas middelbare school.
Speaker C:Ze is naar de VWO gegaan, maar ik heb die eerste brugklas gedaan met haar.
Speaker C:En toen we terugkwamen na die vier jaar mocht ze naar de tweede klas.
Speaker C:Gewoon goed gekomen.
Speaker A:Ja, heel goed geslaagd.
Speaker A:En dus jullie wereldreis zat er toen op.
Speaker A:Daarna hebben jullie nog veel zeilreizen gemaakt, veel zeereizen gemaakt.
Speaker A:Jullie schreven drie boeken.
Speaker A:Zouten Droom, Zeesigeuners en Dochters van Kaperhoorn.
Speaker A:Wat merken jullie eigenlijk als je nu dus op zee bent?
Speaker A:Even vergelijk dat met jullie eerste reis van effecten van klimaatverandering.
Speaker B:De wind is sterker geworden.
Speaker B:Dat is absoluut zo.
Speaker C:De stormen komen vaker voor.
Speaker B:De stormen komen vaker voor.
Speaker B:Er zijn zwaarden, die zijn absoluut zwaarden.
Speaker C: We zijn natuurlijk in: Speaker B:Ja, daar hebben we voor geslopt.
Speaker C:Een paar jaar geleden, drie jaar geleden of zo weer.
Speaker B:Nou, toen zijn we echt geslopt.
Speaker C: En toen, in: Speaker C:Die waren gewoon verdwenen.
Speaker B:Maar ja, aan de andere kant...
Speaker B:Spitsbergen was vroeger bepost.
Speaker B:Hetzelfde als Groenland.
Speaker B:Ja, dus dat klimaat, dat constant gaat het op en neer.
Speaker B:Dat is een curve.
Speaker C:Wat ik wel ook opvallend vind, en dat is wel iets goeds, afval.
Speaker C:Toen mij die eerste reizen, zeg maar zeggen, er lag overal rotzooi, vuilniszakken, hout, overal smeer.
Speaker B:Dat is minder.
Speaker C:Maar dat zie je bijna niet meer.
Speaker A:Feestelijkere vraag.
Speaker A:De Maas bestaat 175 jaar.
Speaker A:Wat betekent de vereniging in jullie leven?
Speaker B:Dankzij de vereniging is Rotterdam weer ons Rotterdam geworden.
Speaker B:Er zaten al een heel aantal kennissen van ons bij de Maas.
Speaker B:Gastvrijheid waarmee wij ontvangen werden nadat we ons ingeschreven hadden, dat zat als een warm bad om ons heen.
Speaker C:Ja, nog steeds.
Speaker C:Ik heb het altijd naar mijn zin hier.
Speaker C:Als er iets georganiseerd is of mensen tegen komen met zeilen, altijd heb ik er een goede klik mee.
Speaker C:Altijd is het gezellig en warm.
Speaker C:Ja, ik kom er graag.
Speaker B:Hooggelijk gestemde mensen.
Speaker A:Jij bent ook voorzitter van de duizendmijlstafel.
Speaker A:Wat houdt dat in?
Speaker B: voorstander van dat ergens in: Speaker B:Die kwam naar me toe en die zei, Aad, zullen we een duizendmijlstafel beginnen?
Speaker B:Ik zei ja, Job.
Speaker B:Daar heb ik eigenlijk geen zin in.
Speaker B:Want dan krijg je zo het idee van alle varkens zijn hetzelfde en sommige varkens zijn meer hetzelfde.
Speaker B:En ik vind, we hebben één vereniging.
Speaker B:Ja, en ik voel er eigenlijk geen zak voor.
Speaker B: Nou, toen in: Speaker B: ee gezeten heeft, het is, nou: Speaker B:Ik zeg, joh, misschien nog wel een leuk idee.
Speaker B: Dus in: Speaker B:En dat is een succes.
Speaker B:Het is een hele leuke tafel geworden.
Speaker B:En we hebben twee keer per jaar even een etentje in de flyers gehaald.
Speaker B:Dat is natuurlijk ook best wel historisch.
Speaker A:Koning van Rietschoten.
Speaker B:Koning van Rietschoten.
Speaker B:En laatst hadden we dus aan tafel zitten Gerard Dijkstra.
Speaker B:En die was dus de eerste reis bij Koning aan boord.
Speaker B:En dat is toch leuk.
Speaker B:Dus die duizend mijl verbindt sommige leden bij elkaar tijdens de duizend mijl tafel.
Speaker B:En hij staat voor iedereen open, maar je moet wel die duizend mijl gemaakt hebben.
Speaker C:Mooi.
Speaker A:Zijn jullie ook samen met andere Maasleden?
Speaker B:Ja, nou, de openingstocht en de sluitingstocht.
Speaker B:We hadden ons ingeschreven voor de sluitingstocht.
Speaker B:Hebben we dat niet gedaan.
Speaker B:De pinwheeltocht.
Speaker B:Als we die kunnen, dan gaan we.
Speaker B:Ja, heel leuk.
Speaker C:En je kon elkaar ook tegen, gewoon willekeurig als je aan het zeilen bent.
Speaker C:En het is altijd weer leuk als je elkaar ziet.
Speaker B:In het kader van dat we alles mee moesten maken.
Speaker B:Wat de Maas gaf, zijn we ook nog eens een keer met Maas buiten meegegaan.
Speaker B:Nou, ook hartstikke leuk.
Speaker A:Ja, roeien hebben jullie ook uitgeprobeerd.
Speaker B:Ja, natuurlijk.
Speaker B:En dat roeien was hartstikke leuk.
Speaker B:Dat was hartstikke leuk.
Speaker B:Maar we hebben alles gedaan.
Speaker A:Jullie zijn voor heel veel mensen een bron van inspiratie.
Speaker A:Dat je je dromen najaagt.
Speaker A:Ook het avontuur, de vrijheid tegemoet.
Speaker A:Wat zouden jullie jonge zeilers mee willen geven?
Speaker A:Die dromen van een verre reis.
Speaker B:Doen.
Speaker B:Doen.
Speaker C:Ja, natuurlijk.
Speaker C:Als je een droom hebt, dan moet je er achteraan gaan.
Speaker B:Ook al wordt het een nachtmerrie, maar we hebben het in ieder geval gedaan.
Speaker A:Heel mooi.
Speaker A:Waar gaat jullie volgende reis naartoe?
Speaker B:2015 Zijn we de laatste keer uit de griep gekomen, zeiden we.
Speaker B: Want we hebben na: Speaker B:En de laatste drie jaar zijn we tussen Denemarken, Zweden, Noord-Duitsland, Ik vind dat ver genoeg.
Speaker B:Jij ook een lieverd.
Speaker C:Ja, en in Nederland is het ook heerlijk om te zeilen.
Speaker A:Wat losse, mooie, overzichtelijke reisjes.
Speaker A:Dat ligt in het verschiet.
Speaker B:Nou ja, kijk, dat is inherent aan het ouderen worden.
Speaker B:Er kan ieder moment wat gebeuren.
Speaker B:Dan dan geen stofbreken of een zeilscheuren.
Speaker B:Maar je kan een tiaatje krijgen, je kan een hartklok krijgen.
Speaker B:Ja, dan zit je met z'n tweetjes.
Speaker B:Van God en allemaal verlaten.
Speaker A:Die lekkere sfeer van samen op dat bootje, dat pakken jullie graag nog op terug.
Speaker C:Ja, nog steeds.
Speaker C:Of het nou op het Haringvliet is, of waar dan ook.
Speaker A:Of hier in de Veerhavel.
Speaker C:Ja, daar komen we ook zo graag.
Speaker A:Jullie vieren hier ook wel eens de kerst, toch?
Speaker C:Ja, de laatste jaren steeds.
Speaker A:Lekker zo midden in de stad, in die mooie haven.
Speaker A:Ik vond het heel mooi om te horen over jullie avonturen...
Speaker A:En hoe jullie gewoon hebben gekozen om je droom na te streven...
Speaker A:En in die droom te leven, ondanks alles wat er ondertussen op je pad komt.
Speaker A:Heel inspirerend.
Speaker A:Heel veel dank voor dit gesprek.
